Het terugdringen van kansenongelijkheid in bewegen en sport lukt al jaren nauwelijks; het is een hardnekkig en complex vraagstuk. In het advies Niemand aan de zijlijn pleiten de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving daarom voor een bredere aanpak, waarin niet sport of bewegen maar juist het dagelijks leven van mensen centraal staat.
Kansenongelijkheid in bewegen en sport gaat over meer dan sport alleen. Wie dagelijks leeft met stress, geldzorgen, gezondheidsproblemen of een ontoegankelijke leefomgeving, ervaart vaak ook drempels om te bewegen of mee te doen.
In het advies Niemand aan de zijlijn pleiten de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving daarom voor een andere benadering. Niet het systeem van sport en bewegen moet centraal staan, maar het dagelijks leven van mensen. Door de focus te verleggen naar het dagelijks leven kan er beter worden gewerkt aan de drempels die mensen ervan weerhouden om te (beginnen met) sporten of bewegen.’
Om aan te sluiten op het dagelijks leven van mensen adviseren de raden een aanpak langs drie lijnen:
- Geef ruimte aan de uitvoeringspraktijk, luister naar en betrek inwoners
- Werk met publieke en private partijen binnen én buiten de sportsector aan een gezamenlijke infrastructuur
- Denk en werk vanuit één visie op kansenongelijkheid die domeinen verbindt
Waarom dit advies?
Kansengelijkheid vergroten is een van de ambities van het beweeg- en sportbeleid van het ministerie van VWS. Daarom heeft de staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport de Nederlandse Sportraad (NLsportraad) en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) gevraagd advies uit te brengen over kansengelijkheid in bewegen en sport.
De toenmalige staatssecretaris wilde graag het volgende weten:
- Wat betekent kansengelijkheid in bewegen en sport, uitgaande van de idee dat de autonomie van de individuele burger op beweeg- en sportparticipatie wordt vergroot?
- Hoe en in welke mate moet de huidige beweeg- en sportinfrastructuur veranderen om kansenongelijkheid te verkleinen en dus kansengelijkheid te vergroten?
- Welke rol kan of moet de rijksoverheid spelen en specifiek het ministerie van VWS en directie sport en bewegen in dit toekomstige scenario en de weg hiernaartoe?
Gelijke kansen zijn belangrijk. Dat geldt voor zowel individuele inwoners als voor de maatschappij als geheel. Inwoners met minder kansen hebben vaker een lager inkomen, een slechtere gezondheid en meer gevoelens van eenzaamheid, en andersom. Wanneer deze kansenongelijkheid geen aandacht krijgt, leidt dit tot ongewenste situaties. Talent en potentieel blijft onbenut, de sociale cohesie wordt ondermijnd en innovatie geremd. Ook kan het leiden tot maatschappelijke problemen, zoals meer criminaliteit en een nog grotere gezondheidskloof. Gelijkere kansen voor inwoners om naar vermogen mee te doen, leiden tot een samenleving die eerlijker, veerkrachtiger en welvarender is. Bewegen en sport kunnen bijdragen aan die veerkrachtige en welvarende samenleving. Ondanks vele goedbedoelde interventies in bewegen en sport is kansenongelijkheid nauwelijks verminderd.
Werkwijze
Om de adviesvraag te beantwoorden, bespreken we in dit advies hoe je kansenongelijkheid vermindert. We geven daaraan de volgende definitie: Het verminderen van kansenongelijkheid in bewegen en sport is het realiseren van een reële mogelijkheid voor iedereen om een autonome keuze te kunnen maken of en hoe zij willen deelnemen aan bewegen en/of sporten. Een ‘autonome keuze maken’ betekent dat iemand bewust en weloverwogen een keuze kan maken die past bij de eigen waarden, wensen en doelen. Daarvoor is het belangrijk dat iemand weet dat er een keuze is om mee te doen aan bewegen en sporten, en welke dit is. En dat iemand de ruimte heeft om te kunnen, mogen en willen meedoen aan bewegen en sporten.
Voor dit advies over kansenongelijkheid hebben de NLsportraad en de RVS een gezamenlijke commissie ingesteld, bestaande uit raadsleden en stafmedewerkers van beide raden. De commissie heeft eerst een analyse gemaakt van de huidige stand van zaken, gebaseerd op literatuuronderzoek, bestaande studies, interviews en werkbezoeken.
Voor verdere informatieverzameling organiseerden de raden twee openbare bijeenkomsten voor aanvullende informatieverzameling. Iedereen met betrokkenheid of expertise op het onderwerp kon hieraan deelnemen. In totaal namen ruim 75 mensen deel.
Bij het opstellen van de aanbevelingen zijn vervolgens vier werksessies georganiseerd met deelnemers uit de praktijk, beleidswereld, kennisinstituten en met ervaringsdeskundigen. In totaal waren hierbij ruim 50 mensen betrokken. Tijdens deze sessies zijn de voorlopige conclusies en aanbevelingen besproken, getoetst en aangescherpt.
Het advies wordt 16 juni 2026 om 15.30 uur aangeboden aan minister Sterk van langdurige zorg, jeugd en sport.
Raadscommissie
Om het adviestraject te begeleiden hebben de NLsportraad en RVS een gezamenlijke commissie ingesteld. Namens de NLsportraad zitten hierin Marjolein Bolhuis-Eijsvogel (voorzitter), Hugo van der Poel en Fonda Sahla. Namens de RVS zitten hierin Godfried Bogaerts en Joris van Eijck.
Projectteam
Samenstelling projectteam
- Tessa van der Velden (Sportraad)
- Karlijn Nijmeijer (RVS)
- Anette Tiessen (Sportraad)
- Dorle Kok tot februari 2026 (RVS)
Voor meer informatie over het advies kunt u contact opnemen met Karlijn Nijmeijer, kj.nijmeijer@raadrvs.nl of Tessa van der Velden, tessa.vander.velden@nlsportraad.nl
Andere adviezen van de RVS over publieke gezondheid:
|
