Begin bij het dagelijks leven, niet bij bewegen en sport

Al jaren lukt het nauwelijks om ongelijke kansen in beweeg- en sportdeelname te verminderen; het is een hardnekkig en complex vraagstuk. De Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving pleiten voor een fundamenteel andere en meer samenhangende aanpak. Een aanpak die uitgaat van het dagelijks leven van inwoners, in plaats van vooral te focussen op belemmeringen binnen bewegen en sporten zelf. Veel oorzaken van kansenongelijkheid in bewegen en sport liggen namelijk buiten de beweeg- en sportsector, zoals gezondheid, stress, sociale omgeving, armoede en de inrichting van de leefomgeving. Binnen die bredere aanpak kan de beweeg- en sportsector zelf ook belangrijke veranderingen doorvoeren voor meer kansengelijkheid. Het advies ‘Niemand aan Zijlijn’ wordt vandaag aangeboden aan Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.

Om zoveel mogelijk mensen de keuze te geven of en hoe zij willen bewegen of sporten, is een fundamentele verschuiving in beleid nodig. Omdat de oorzaken van kansenongelijkheid in bewegen en sport veelal buiten de beweeg- en sportsector zelf liggen zijn interventies op dit terrein slechts een druppel op een gloeiende plaat: het effect blijft zeer klein. Voor echte verandering is beleid nodig dat drempels tot sporten en bewegen in het dagelijks leven verlaagt.  Deze drempels kunnen heel divers zijn: van financiële of fysieke drempels, tot twijfels of ze het wel kunnen of erbij mogen horen.

Deze drempels kunnen voor een deel in bewegen en sport worden verlaagd, maar dit dient dan wel onderdeel te zijn van een samenhangende aanpak met andere beleidsterreinen zoals zorg, onderwijs, het sociaal domein en ruimtelijke ordening. Op lokaal niveau zien de raden veel actie om de verbindingen tussen deze beleidsterreinen te leggen, maar op rijksniveau blijft dit achter.

Andere rolverdeling: landelijke kaders, lokale ruimte

Een effectieve aanpak vraagt daarom om beleid dat gericht is op het dagelijks leven van mensen en aanpasbaar is aan de lokale situatie. De rijksoverheid moet daarbij duidelijke kaders stellen en zorgen voor stabiele financiering, maar zou daarbinnen meer ruimte en vertrouwen moeten geven aan de lokale uitvoering. Zo zou de rijksoverheid de gemeenten én hun lokale, maatschappelijke partners in staat moeten stellen om in te spelen op de specifieke situatie van inwoners. Want wat werkt, verschilt per wijk, doelgroep en levensfase. Daarom is het ook van groot belang om inwoners te betrekken en naar hen te luisteren.

Zet lokale initiatieven in hun kracht

Om aan te sluiten bij het dagelijks leven van mensen is het belangrijk om verder te kijken dan het bestaande sport- en beweegdomein. Denk aan plekken als buurthuizen, speeltuinen en parken die een startpunt kunnen zijn voor ontmoeten en bewegen voor mensen voor wie sporten een brug te ver is. Sleutelfiguren die lokaal vertrouwen hebben en weten wat er speelt kunnen hier een cruciale rol spelen. Zij kunnen helpen belemmeringen rondom ontmoeten, bewegen en sport weg te nemen.

Ook verbeteringen nodig binnen sport domein

De raden benadrukken dat óók in het bestaande beweeg- en sportdomein zelf aanpassingen en verbeteringen nodig zijn. Iedereen die wil bewegen of sporten zou een plek in de buurt moeten hebben waar die zich thuis voelt en terecht kan. Dat betekent niet dat elke sportaanbieder altijd voor iedereen aanbod moet hebben, maar wel dat er voor iedereen ergens een plek is.