Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Rick Brink

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Rick Brink, minister van Gehandicaptenzaken.

Hij is minister zonder een budget, maar wel met de ondersteuning van zes ‘ambtenaren’ die in dienst zijn bij KRO-NCRV: Rick Brink, de eerste Nederlandse minister van Gehandicaptenzaken. Een officieuze titel met serieuze impact.

Zijn mandaat loopt tot juli 2020 en in die periode richt hij zich op drie speerpunten: de inclusieve start, de inclusieve arbeidsmarkt en de inclusieve publieke omroep. “Of er daarna een nieuwe minister komt? Geen idee. Vaststaat dat het de afgelopen maanden een enorme vlucht heeft genomen. De aandacht is overweldigend, zowel vanuit Den Haag als vanuit de maatschappij in brede zin. Ik ben erin gestapt om van deze eerste termijn een succes te maken, daarna zien we wel. Omdat ik de eerste ben, is het vooralsnog wel een functie die een beetje aan mij kleeft. Daar wil ik gebruik van blijven maken, ook als ik dit ministerschap straks niet meer bekleed. Zo wil ik proberen blijvend van waarde te zijn voor iedereen met een beperking.”

Zelfredzaamheid is niet digitaal

Rick Brink lijdt sinds zijn geboorte aan osteogenesis imperfecta, een aandoening die zijn botten broos maakt. Daardoor zit hij al zijn hele leven in een rolstoel. “Dat is wat bij mij hoort”, zegt hij erover. “En het maakt in één oogopslag duidelijk dat dit ministerschap bij mij past. Ik ben iemand van de inhoud, ik wil echt een verschil maken. Ik zat al als fractievoorzitter in de plaatselijke politiek, voordat ik deze rol kreeg. En KRO-NCRV heeft de kandidaat-ministers voor deze titel destijds niet voor niets flink door de mangel gehaald: ze willen er echt iets mee bereiken. Daarbinnen heb ik zelf mijn speerpunten mogen kiezen. De inclusieve start draait om de mate waarin kinderen met een beperking alles kunnen doen wat bij een kind hoort, in onderwijs, in sport en in de buurt waar ze wonen. Een inclusieve samenleving begint met ‘kind zijn’. Ik wil proberen kinderen zonder beperking te laten inzien dat kinderen met een beperking er gewoon bij horen. En omgekeerd wil ik proberen de kinderen met een beperking wat weerbaarder te maken. Mijn tweede speerpunt richt zich op de inclusieve arbeidsmarkt: we mikken op 1000 extra arbeidsplaatsen voor studenten met een beperking. Vanwege het gebrek aan perspectief op een volwaardige baan zie je deze groep nu massaal afhaken op het mbo, hbo en wo. Doodzonde, zowel voor deze jonge mensen als voor onze samenleving, die elke arbeidskracht goed kan gebruiken. Omdat de minister van Gehandicaptenzaken een initiatief is van KRO-NCRV, heb ik een meer inclusieve omroep tot derde speerpunt gemaakt. Ik wil graag meer mensen met een beperking in beeld krijgen. Niet om te vertellen over hun beperking, maar omdat ze worden uitgenodigd vanwege hun talenten of expertise. Bijvoorbeeld om aan te schuiven bij Margriet van der Linden om mee te praten over internationale politiek of over een ander actueel onderwerp. Zeg eens eerlijk: hoe vaak heb jij al iemand met een beperking in zo’n rol op televisie gezien? Daarom dus. In ‘de koffer van Rick’ verzamel ik de cv’s van talenten en experts, die daarnaast toevallig ook een beperking hebben. Binnenkort ga ik die aanbieden aan de Raad van Bestuur van de NPO en de directies en programmamakers van alle publieke omroepen. Dan kan in elk geval niemand meer zeggen dat deze mensen er niet zijn.”

Ik hoop op een maatschappij die gewend is om de talenten van mensen voorop te stellen, datgene waar ze wél toe in staat zijn, wat hen uniek maakt. Niet eerst te kijken naar iemands beperking.

Kloof
Hoewel zijn eigen mandaat maar een jaar duurt, heeft Brink wel degelijk ideeën over hoe de zorg zich richting de wat verdere toekomst zou moeten ontwikkelen. “Voor mensen met een beperking is het van belang dat ze meer dan nu volwaardig onderdeel van de maatschappij kunnen zijn”, stelt hij. “Die weg zijn we de voorbije jaren al ingeslagen, maar we zijn er nog lang niet. Het ontbreekt aan flexibiliteit. Mensen als ik maken wat meer gebruik van de zorg en ik begrijp best dat volledig maatwerk bieden voor ieder individu vrijwel onmogelijk is. Maar in het hier-en-nu worden wij gedwongen mee te gaan in het keurslijf en het ritme van de zorg. Dat beperkt de mogelijkheden tot participatie. Weet je waarom er in Nederland zo weinig gemeenteraadsleden zijn met een fysieke beperking? Omdat er na afloop van een raadsvergadering ’s avonds geen zorg meer te regelen is. Dus beginnen ze er maar niet aan. Zo hard is het. Zulke dingen moeten we de komende jaren echt zien op te lossen, anders blijft meedoen voor een heel grote groep een illusie. Als het om de zorg gaat, heb je in mijn beleving een systeemwereld en een leefwereld. Die moeten we beter op elkaar aansluiten. Sterker nog: dat zou één wereld moeten worden, zonder de kloof zoals we die nu kennen. Want die kloof is echt fors, er wordt veel te veel door zorgprofessionals en zorgbestuurders vanuit hun systeemwereld, hun protocollen bedacht wat goed is voor de leefwereld van mensen met een beperking. Zonder het eerst te vragen. Ga in gesprek met ervaringsdeskundigen, is mijn advies. En met hun ouders, broers en zussen, vraag hun: hoe kunnen we het samen nou echt goed doen? Ik hoop dat die dialoog in het Nederland van 2035 de gewoonste zaak van de wereld is en dat we de positieve uitkomsten daarvan terugzien in de manier waarop de zorg gestalte krijgt. Als onderdeel van een maatschappij die gewend is om de talenten van mensen voorop te stellen, datgene waar ze wél toe in staat zijn, wat hen uniek maakt. Niet eerst te kijken naar iemands beperking. Dat kunnen wij als Nederland, daar ben ik van overtuigd. Wij hebben een grote mate van solidariteit in onze regionale gemeenschappen. Ook in de Randstad ervaar ik dat: ik ben een kwetsbare man en als ik in de stad met mijn rolstoel dreig vast te lopen, dan zijn er altijd helpende handen. Die bereidheid om te helpen en te zorgen, is echt kenmerkend voor ons land. Daar kunnen we bij het vormgeven van de zorg van de toekomst op voortbouwen.

Bloei
Brink pleit dus voor een systeem van zorg en ondersteuning dat iedereen in staat stelt om zo volwaardig mogelijk onderdeel te zijn van onze samenleving. “De crux zit daarbij in de formulering ‘zo volwaardig mogelijk’”, vult hij aan. “Kijk, als je mij aan het werk zet op stellen, datgene waar ze wél toe in staat zijn, wat hen uniek maakt. Niet eerst te kijken naar iemands beperking. Dat kunnen wij als Nederland, daar ben ik van overtuigd. Wij hebben een grote mate van solidariteit in onze regionale gemeenschappen. Ook in de Randstad ervaar ik dat: ik ben een kwetsbare man en als ik in de stad met mijn rolstoel dreig vast te lopen, dan zijn er altijd helpende handen. Die bereidheid om te helpen en te zorgen, is echt kenmerkend voor ons land. Daar kunnen we bij het vormgeven van de zorg van de toekomst op voortbouwen.” ‘aan’ of ‘uit’ kunt zetten. Het kent vele schakeringen en daar zullen we ons als samenleving naar moeten richten. Dat begint bij wat ik eerder al zei: het vooropzetten van de talenten van mensen. Als je weet wat ze wél kunnen, weet je ook wat ze niet kunnen. Richt daar vervolgens de ondersteuning op in. Zo help je hen grenzen te verleggen, ook die van de mate waarin ze zelfstandig kunnen functioneren. Maar respecteer daarbij ook dat er uiteindelijk grenzen zijn. Doel moet zijn om over de gehele linie het welzijn van mensen te bevorderen en ze in staat te stellen om invulling te geven aan sociale behoeften en waarden. Ik sprak laatst iemand die zei: “Rick, het organiseren van mijn leven met een beperking kost zoveel tijd, dat ik niks meer overhoud om dat leven daadwerkelijk te leven.” Daar zit de kern van wat we te realiseren hebben: een systeem dat ruggensteun geeft, dat in de combinatie van technologie en menselijke zorg manieren vindt om mensen met een beperking tot bloei te laten komen. Ook zij hebben het recht om hun volledige potentieel te kunnen benutten, zonder energie te verliezen aan eisen of randvoorwaarden waar mensen zonder beperking zich ook niet druk over hoeven te maken. Ik zie het als mijn rol om dit besef aan te wakkeren en het te vertalen naar concrete plannen en beleid. Daarmee klop ik op alle deuren die ik relevant vind, in Den Haag en elders in het land. Mijn ervaring tot nu toe is dat die deuren ruimhartig openzwaaien, we komen overal aan tafel en krijgen het podium dat we zoeken. Nu is het zaak om daar een blijvende plek te verwerven en als volwaardig onderdeel van het systeem mee te doen aan het bedenken en realiseren van veranderingen. Dat is waar ik een fundament voor wil leggen.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.