Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Rianne Letschert

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview Rianne Letschert, rector magnificus Universiteit Maastricht.

“In het toekomstige Nederland hoop ik een samenleving aan te treffen met minder chagrijn en met meer verbinding tussen de standpunten die nu zo gepolariseerd zijn. Een maatschappij die de tweedeling achter zich heeft gelaten, waar iedereen kan meedoen vanuit de intrinsieke wens om met elkaar een samenleving te vormen. Wetende dat we maar één leven hebben. Hechter dus, met meer saamhorigheid en met oog voor de mensen die met recht vinden dat ze achterblijven of die vanwege hun gezondheid of een andere tegenslag onze steun nodig hebben.”

We zullen echt op een heel andere manier moeten gaan kijken naar hoe mensen hun leven kunnen inrichten.

Rianne Letschert is rector magnificus van de Universiteit Maastricht en daarnaast onder andere lid van de Raad van Toezicht van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Bovendien onlangs uitgeroepen tot ‘Topvrouw van het Jaar’. Ze lacht als die eretitel wordt gememoreerd. “Het is grappig om te zien hoe zo’n benoeming toch weer nieuwe deuren opent”, vertelt ze. “Ik belandde ineens op de Bilderberg-conferentie bijvoorbeeld. Nooit gedacht dat ik daar nog eens zou komen, maar het verschaft me wel toegang tot nieuwe netwerken, nieuwe plekken waar ik mijn opvattingen kan delen. Over het hoger onderwijs, over mijn oorspronkelijke vakgebied als jurist: de positie van slachtoffers in de rechtspraak, en ook over de zorg. Wat dat laatste betreft, zie ik twee issues: het huidige systeem dat dreigt vast te lopen en de enorme druk op de mensen die de zorg verlenen. Beide spelen nu al, maar worden richting 2035 alleen maar nijpender, vooral als gevolg van de vergrijzing. De zorgvraag gaat daardoor flink toenemen en dat gaat niet alleen een enorm beroep doen op de professionals, maar ook op mantelzorgers. We zullen echt op een heel andere manier moeten gaan kijken naar hoe mensen hun leven kunnen inrichten. Als werkgever bijvoorbeeld door beter aan te sluiten op de levensfase waarin iemand zich bevindt. Bij onze universiteit proberen we daar invulling aan te geven door maatwerk als uitgangspunt te nemen, echt samen met medewerkers te kijken hoe we werk en privé, inclusief bijbehorende zorgtaken, in balans kunnen brengen. Mantelzorgers ruimte bieden om meer thuis te werken, ook al hebben ze een baan waarin dat lastig is, of kinderopvang met ruime openingstijden. Meer op basis van individuele afspraken, gebaseerd op duidelijke overkoepelende beleidsregels, maar met ruimte voor maatwerk. Een uniform kader leidt niet altijd tot gelijkheid, maar kan ook tot starheid leiden. Daar probeer ik als werkgever dus bewust een andere structuur voor in de plaats te zetten waarbij ook ruimte is voor dialoog. Onder de noemer van UMCares bespreken we met onze werknemers en studenten waar ruimte is voor verbetering en hoe we daar als werkgever onze verantwoordelijkheid in kunnen nemen. Ik vind overigens dat de overheid hierin ook een verantwoordelijkheid te nemen heeft. Je kunt vanuit Den Haag niet zeggen: je moet als ouders beiden werken, tegelijkertijd meer voor je vader en moeder zorgen en je kinderen in een verouderd schoolsysteem duwen, waarin ze twee middagen per week vrij zijn, succes ermee! Dat zal echt slimmer moeten, creatiever, anders kun je niet van mensen verlangen dat ze ook nog een rol pakken in de zorg voor anderen. Ik heb een tijd in Spanje gewoond en daar zaten mijn kinderen de hele dag op school, vijf dagen per week en daar aten ze ook elke dag, kregen ze sport en muziekles, waardoor ze op een vast tijdstip thuiskwamen en we als gezin ontzettend veel rust en quality-time hadden in de avonden. Waarom kan dat niet in Nederland? Natuurlijk kost het aan de voorkant geld en is er dus politieke moed voor nodig, maar dat betaalt zich uiteindelijk dubbel en dwars terug.”

Het is tijd voor een apart innovatiefonds voor de medische sector, van waaruit echt disruptief in de sector wordt geïnvesteerd.

Wantrouwen
Meer ruimte dus voor mensen om zorgtaken te vervullen, zodat de toenemende druk op hun leven draaglijk blijft. Hoe zit het met dat tweede issue, het vastlopende zorgsysteem? “Daar spelen meerdere dingen tegelijk”, stelt Letschert. “De medische kwaliteit van de zorg in Nederland is top. Waar we nog meer behoefte aan hebben, zijn mogelijkheden om zorg dicht bij de patiënt te organiseren en daar de benodigde warmte en aandacht aan toe te kunnen voegen. De meest gehoorde klacht, zeker in de thuiszorg, is de alomvattende bureaucratie waar zorgverleners mee te kampen hebben, de ongelofelijke hang naar controle vanuit overheid en zorgverzekeraars. Daar worden professionals gek van. Wijkverpleegkundigen die totaal verkrampt bij iemand thuis komen, letterlijk met de stopwatch in de hand om te voldoen aan de tijdslimieten die voor specifieke handelingen gelden. En met de hoop dat de patiënt vooral niks terugzegt, want dat past niet in de ingeplande tijd. Dat is toch idioot? Vanuit de politiek wordt dan wel gezegd: veel van die regeltjes hebben we al geschrapt of hebben zelfs nooit bestaan, maar dan zeg ik op mijn beurt: doe daar dan eens een audit op. Een audit op welke regels en processen in de zorg worden gehanteerd, die van de wet eigenlijk niet hoeven. Maak dat onderdeel van een poging om het wantrouwen richting de publieke sector in bredere zin af te schudden, want dat bespeur ik op vele terreinen. Waar komt dat wantrouwen vandaan en waar hebben al die mensen in de zorg, in het onderwijs of bij de politie dat aan verdiend? Komt het doordat bestuurders in toenemende mate risicomijdend zijn? Of omdat we collectief weigeren te accepteren dat mensen fouten maken? Of is het de combinatie daarvan? Wie een misser begaat, eindigt aan de virtuele schandpaal en daarmee werken we in de hand dat bestuurders een nog grotere hang krijgen naar controle. Ik wil als bestuurder gewoon kunnen zeggen: dit gaat inderdaad niet goed, dank u wel dat u mij hierop wijst, we gaan het beter doen. Maar die ruimte is er nauwelijks. Ik hoop dat we met elkaar een manier vinden om daar iets aan te doen, want dat gaat een zucht van verlichting opleveren die tot in alle vezels van de samenleving voelbaar zal zijn.”

Het systeem, dat zijn wij zelf.

Wennen
De medische faculteit van de Maastrichtse universiteit is, samen met het academisch ziekenhuis MUMC+, koploper in de ontwikkeling van regeneratieve geneeskunde en in de koppeling van medische en sociale wetenschappen. Letschert ziet er innovaties ontstaan, waarvan ze in haar rol als toezichthouder bij het Catharina Ziekenhuis weet dat de vertaling naar de praktijk niet altijd eenvoudig is. “De ruimte voor innovatie in een ziekenhuis is beperkt”, vertelt ze. “Alles staat financieel op de nullijn, dus het vergt veel creativiteit. Wat vaak wordt vergeten, is dat implementatie van echte vernieuwing alles raakt, alle processen, alle systemen, alle mensen. Toch zullen we er een weg in moeten vinden. Ik denk dat het tijd is voor een apart innovatiefonds voor de medische sector, van waaruit echt disruptief in de sector wordt geïnvesteerd. Anders blijven we hangen in optimalisatie en maken we onvoldoende gebruik van de kansen die technologie bijvoorbeeld biedt om preventie een volwaardige plek te geven in de zorg. En komen we bovendien nooit tot de noodzakelijke systeemverandering. Dat systeem zijn wij zelf, het wordt ons niet door anderen moet worden gerund. Aan termen als ‘productie draaien’ en hoe het aantal operaties en medische handelingen daarin centraal staat. Terwijl vanuit de gedeelde waarden van bestuur en personeel, de patiënt zo veel mogelijk centraal moet staan. Dat zit zo nadrukkelijk in het DNA van het ziekenhuis en het is een van de redenen waarom ik graag lid van de Raad van Toezicht wilde worden. Toch spelen er dilemma’s over de ruimte die er al dan niet is om patiënten van de ene verzekeraar nog wel te kunnen behandelen en van de andere niet, omdat die verzekeraars aangedaan. Ik ben nog maar kort lid van de RvT van het Catharina Ziekenhuis en ik moet nog best wennen aan hoe zo’n organisatie ook als bedrijf verschillend omgaan met een teveel of tekort aan verrichte handelingen. Ik heb het idee dat het onderliggende systeem aan een volgende stap toe is, al past mij de nodige bescheidenheid, omdat ik er nog maar zo kort zicht op heb. Maar misschien is zo’n frisse blik wel juist goed om dingen te kunnen benoemen. Dat moet je als bestuurder durven doen, vind ik. Die kracht en drive hoop ik over vijftien jaar nog steeds te bezitten, zodat ik ook dan nog mijn bijdrage kan leveren in onderwijs, wetenschap, zorg, rechtspraak of aan een andere publieke zaak.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.