Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Patrick Jeurissen

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Patrick Jeurissen, bijzonder hoogleraar Betaalbaarheid van zorg, Radboud Universiteit.

“De zorg is geen medisch-industrieel complex, zoals Arnold Relman, de voormalig hoofdredacteur van de New England Journal of Medicine ooit beweerde. Het is een vorm van interactie, een sociaal proces. Je kunt zorg onmogelijk los zien van de samenleving. Alleen al niet vanwege de financiën: we kunnen het onmogelijk betalen om bijvoorbeeld voor de bijna half miljoen mensen met dementie ieder dertigduizend euro per jaar neer te tellen voor de benodigde ondersteuning. Daar zijn ook andere gezamenlijke inspanningen voor nodig: hulp van familieleden, van buren en andere mantelzorgers. Voor de toekomst – en eigenlijk ook nu al – leidt dat tot de vraag hoe we die mantelzorgers vitaal kunnen houden, naast hun reguliere werk en andere beslommeringen. Hoe hou je het zorgen voor anderen haalbaar en aantrekkelijk, ook los van de loyaliteit die mensen naar familieleden voelen?Daar zou de professionele zorg wat mij betreft best wat meer op mogen inzetten: de verbinding maken met de informele zorgverleners, toegankelijker worden, kennis beter delen, jezelf letterlijk dichterbij organiseren.”

We staan aan het begin van een tijdperk waarin interventies-op-maat gaan worden ingezet om bijvoorbeeld overgewicht terug te dringen en gezond bewegen te stimuleren.

Professor Patrick Jeurissen is bijzonder hoogleraar Betaalbaarheid van zorg aan de Radboud Universiteit en wetenschappelijk adviseur van het ministerie van VWS. Hij ziet de versmelting van professionele en informele zorg tot één systeem als een belangrijk fundament onder de zorg van de toekomst. “Het is belangrijk dat we de invulling van zorg nog meer dan nu gaan zien als een gezamenlijke opgave, die ieder van ons raakt”, stelt hij. “En daar dus ook onze maatschappij op in te richten. Als alle mantelzorgers er de brui aan geven omdat ze het verlenen van zorg in de context van hun verdere leven niet meer aankunnen en de inzet van vrijwilligers verder afneemt, dan dondert de zorg in elkaar. Zeker met de toenemende vergrijzing. Dus we zullen er echt gezamenlijk de schouders onder moeten zetten. Verder hoop ik dat we in staat zullen zijn om de sociaal-economische gezondheidsverschillen de komende jaren terug te dringen. Die zijn tussen 1900 en de jaren negentig steeds kleiner geworden, in het begin bijvoorbeeld dankzij het beschikbaar komen van riolering voor iedereen en later door de introductie van een systeem van basiszorg. Die trend is vanaf de negentiger jaren gestabiliseerd en nu nemen de gezondheidsverschillen tussen sociale klassen op onderdelen zelfs weer toe. Dat is met name een kwestie van levensstijl: lager opgeleide vrouwen bijvoorbeeld hebben een significant kortere levensverwachting, ze lijden vaker dan gemiddeld aan diabetes, aan COPD en aan depressies. De enige manier om dat te keren, is door veel meer aan bewustwording en preventie te doen. We staan aan het begin van een tijdperk waarin interventies-op-maat gaan worden ingezet om bijvoorbeeld overgewicht terug te dringen en gezond bewegen te stimuleren. Specifiek gericht op groepen die achterblijven. Natuurlijk begint dat bij het erkennen dat die groepen bestaan, we moeten wat mij betreft niet bang zijn om dat te benoemen. Dan ontstaat er ruimte om te onderzoeken wat achterliggende problemen en nuanceverschillen zijn binnen zo’n kwetsbare groep, zodat je daadwerkelijk beleid en infrastructuur kunt ontwikkelen die aansluiten op de belevingswereld van mensen. We moeten het primair aanvliegen vanuit veranderkunde, misschien nog wel meer dan vanuit medisch perspectief.”

Motor
Een gerichte aanpak voor preventie kan volgens Jeurissen een nieuwe motor zijn onder het verder verbeteren van de levensverwachting, niet alleen voor kwetsbare groepen, maar voor iedereen. “De afgelopen twintig jaar hebben we die verwachting sterk zien verbeteren, met name door het terugdringen van sterfte als gevolg van hart- en vaataandoeningen”, vervolgt hij. “Dat vlakt nu af en dat zien we in meerdere landen. Kennelijk zijn we toe aan nieuwe doorbraken om die curve weer steiler te maken. Preventie en vitaliteit zijn daarin belangrijke aspecten, mensen kunnen zelf heel veel doen om gezond ouder te worden. Technologie gaat ons daar de komende decennia verder bij helpen. Nu al vliegen de apps voor het zelf meten van vitaliteit ons om de oren, steeds vaker ook gekoppeld aan maatwerkadviezen voor sport, bewegen, eten, rusten en andere aspecten van een gezonde levensstijl. Dat gaan we nog veel meer zien. Naast preventie hoop ik dat we binnen twintig jaar grote stappen zullen hebben gezet in de oncologie, zodat er minder mensen sterven aan kanker, vooral jonge mensen. We naderen het punt dat kanker als een chronische ziekte kan worden behandeld, ook dat zou een van die doorbraken zijn.”

Zorg als parameter van individueel en collectief welzijn.

Lijnen
Professor Jeurissen richt zich als bijzonder hoogleraar op de betaalbaarheid van de zorg. Naast zaken als doelmatigheid en efficiency draait die betaalbaarheid in zijn ogen met name om het behoud van solidariteit. “Het is niet zozeer een economisch probleem”, schetst hij. “Wij betalen in Nederland 11 cent per euro aan de zorg, in de VS is dat 19 cent per dollar. Daar zit dus nog wel wat rek in. Het gaat met name om een sociaal issue. 1 op de 100 mensen is verantwoordelijk voor een groot deel van de zorgkosten. De toplaag daarvan, zo’n 170 duizend mensen, kost rond de 60 duizend euro per jaar. Alleen aan curatieve zorguitgaven. Dat kun je als samenleving alleen opbrengen als iedereen er vanuit een solidariteitsbeginsel aan mee betaalt. Dus is het zaak om te blijven werken aan een zorgsysteem dat voldoet aan de normen van de middenklasse. Doen we dat niet, dan stapt deze grote groep over op private verzekeringen en behandelingen in privéklinieken en ontstaan er dus twee parallelle systemen voor het financieren en verlenen van zorg. Dat zou de toch al dreigende tweedeling heel snel verder vergroten. Het is belangrijk dat we de sociale verzekeringsgedachte kunnen vasthouden, gecombineerd met een sterke rol voor de huisarts, die mogelijke verschillen van behandeling in de tweede lijn helpt op te heffen. Simpelweg omdat hij of zij niet kijkt naar de portemonnee van de patiënt, maar naar de zorgbehoefte. Zo is iedereen verzekerd van de juiste specialistische zorg. Behoud van dat uitgangspunt vraagt om het zichtbaar maken van de doelmatige besteding van zorggelden. Als mensen zien dat het aan de goede dingen wordt uitgegeven, blijven ze bereid ervoor te betalen. Zeker als we erin slagen om de zorg dichter bij mensen thuis en in hun directe omgeving te organiseren, met minder bureaucratie dankzij slimme inzet van digitalisering. Dan zie je letterlijk als burger waaraan het geld wordt besteed en hoe dat gebeurt, ook als je de zorg niet direct zelf nodig hebt. En word je bovendien makkelijker onderdeel van dat zorgsysteem, als mantelzorger of vrijwilliger. Gewoon omdat het zich in je directe omgeving afspeelt en niet aan de andere kant van de stad in een groot, anoniem ziekenhuis. Ik zie het als mijn rol om dit soort bewegingen te helpen realiseren door kritisch te reflecteren. Waarbij ik me realiseer dat ik op enige afstand zit. Ik probeer een stap verder te kijken, over de grenzen van de praktijk van vandaag lijnen van ontwikkeling door te trekken. We hebben in Nederland behoefte aan lange ontwikkelingslijnen. Ze zijn er wel, ook in de politiek, maar ze blijven te veel impliciet. Daar moeten we veel meer het debat over voeren, onze collectieve visie vormen: niet alleen over zorg, maar over alle aspecten die bepalend zijn voor hoe onze samenleving gestalte krijgt. We hebben mensen nodig die dat aanjagen. Journalisten, academici, kunstenaars en vrijdenkers. Zij kunnen de polder voeden met nieuwe inzichten en frisse ideeën die verder reiken dan de waan van de dag waar de politiek en de overheid vaak in blijven hangen. Bijvoorbeeld over manieren om los te komen van het Bruto Nationaal Product als voornaamste parameter voor hoe we er als samenleving voor staan. Zit de welvaart van ons land nou echt in dat ene procentje meer aan economische groei? Is dat daadwerkelijk de spiegel van de dingen die we met z’n allen belangrijk vinden? Of zijn er andere – betere – maatstaven waarmee we kunnen meten of het goed gaat met ons allemaal? Wellicht kan de kwaliteit van ons toekomstige zorgsysteem daar onderdeel van zijn en de mate waarin we vanuit solidariteit bereid zijn dat systeem gezamenlijk te blijven dragen en ontwikkelen. Gecombineerd met de ruimte die mensen hebben om als mantelzorger of vrijwilliger onderdeel van de zorg te zijn. Dat zouden zo maar eens parameters kunnen zijn waarmee we in de toekomst kunnen meten hoe goed we er als maatschappij voor staan. Zorg als parameter van collectief en individueel welzijn.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Professor Jeurissen spreekt duidelijk niet vanuit geneeskundig perspectief. Alles wat er in de loop van ons leven, en nu duidelijker dan ooit, van jongs af aan onze weg naar gezondheid of de aanwezige gezondheid verstoord, is linksom of rechtsom een gevolg van onze leefstijl . Of beter in het Duits Zivilizationskrankheiten. De mens , en zeker de "westers"levende mens heeft massaal zijn externe / omgevingsfactoren waarin het individueel genetisch patroon zou moeten gedijen, op een dusdanige manier verandert, dat je van hoog tot laag, van rijk tot arm, de ongezondheid ziet toenemen. VerweyJonkers instituut turfde in 2019 in alle beschikbare data 1,3 miljoen 0-25 jarigen met een chronische diagnose. DE VTV van de RIVM laat angstaanjagende stijgingen nog zien tot 2040. Stijgingen die volledig zijn losgezongen van die van de "vergrijzing". Het RIVM stelt zelfs, dat de sedentaire leefstijl van de jeugd verantwoordelijk is voor steeds meer en vroeger kanker van mamma en prostaat. Maar ook van Diabetes( bij NIET dikke kinderen). De urbanisatie, de industrialisatie, de bevolkingsgroei, het ongekende consumentisme, de enorme impact van almaar directer op je lichaam inwerkende technologie, de sedentaire leefstijl maken het een gezond genotype bij de geboorte straks bijna onmogelijk een volledig gezonde volwassene te worden.
    Er is dus een groot hiaat in preventiekennis ( helaas ontstaan) om onze jeugd sterk, recht van lijf en leden en weerbaar in meerdere opzichten te maken. Dat gaat het BNP niet meer trekken. Het loslaten van onze oorspronkelijke wetenschapstaal, het Duits en de daarin ooit tot diep in ons volk ( common sense) en in Onderwijs van huishoudschool tot medische studie onderwezen Gezondheidsleer is een dure grap gebleken.

    Van: Piet van Loon, orthopeed | 06-02-2020, 20:58