Weblogs

Blogreeks Beroepenregulering in de zorg: Leo Ottes

Op verzoek van Minister Bruins van Medische Zorg en Sport bereidt de RVS een advies voor over regulering van beroepen in de zorg. De Raad houdt hiertoe momenteel een veldraadpleging onder werkenden in de zorg. Ook plaatst de Raad de komende weken blogs over specifieke onderwerpen van beroepenregulering. De blogs bevatten geen standpunten van de Raad. Ze zijn bedoeld om te prikkelen en reacties te ontlokken. Hoe denkt u over het thema dat in onderstaande blog wordt aangesneden? Wij zijn benieuwd naar uw reactie.

De Raad streeft ernaar zijn advies aan de minister voor de zomer van 2019 uit te brengen. Lees hier meer over het adviestraject.

Wet op de bekwaamheden in de individuele (gezondheids)zorg

De wet BIG - Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg – moet omgevormd worden tot de wet BIG: Wet op de bekwaamheden in de individuele (gezondheids)zorg. Voorbehouden handelingen moeten niet meer gekoppeld worden aan een beroep, maar aan een individu.

In 1993 vond er een stille revolutie plaats in de gezondheidszorg met de invoering van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. In de periode daarvoor was het een ieder verboden de geneeskunde uit te oefenen zonder een wettelijk verleende bevoegdheid. De wet BIG keerde dit om: iedereen mag zorg verlenen, behoudens specifieke handelingen, zoals heelkundige handelingen - ‘het snijden in patiënten’. De gedachte hierbij was dat een aantal handelingen risicovol is en ter bescherming van de patiënt gereguleerd moeten worden.

De wetgever hield evenwel vast aan het koppelen van de bevoegdheden aan beroepen.  Alleen specifieke beroepsbeoefenaren, zoals artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, mogen in de wet omschreven handelingen verrichten voor zover ze liggen binnen hun specifieke deskundigheidsgebied. Deze handelingen zijn dus ‘voorbehouden’ aan welbepaalde beroepsbeoefenaren.

Bij de totstandkoming van de wet vond er een felle strijd plaats welke beroepen beschermd moesten worden en wie welke voorbehouden handelingen mocht verrichten.  En deze strijd is nog steeds gaande. Steeds weer nieuwe beroepsgroepen proberen een plaats te veroveren. De ‘officieel’ aangedragen argumenten hiervoor zijn de veiligheid en kwaliteitsborging van de zorgverlening, maar vrijwel altijd is er een verborgen agenda. Een registratie levert namelijk vaak een betalingstitel op. Op de achtergrond spelen status, macht en geld een belangrijke rol. Dit levert een langdurige belangenstrijd op, waardoor het systeem niet flexibel kan inspelen op bijvoorbeeld nieuwe technologische ontwikkelingen zoals eHealth en de inzet van kunstmatige intelligentie. Oplossingen hiervoor worden binnen bestaande beroepen gezocht, hetgeen o.a. leidt tot sub- en superspecialismen, waarbij het nog maar de vraag is of de gestapelde langdurige opleidingen die hiervoor nodig zijn altijd efficiënt zijn. Opleidingen worden weliswaar steeds vaker modulair opgezet, maar lopen uiteindelijk vast op de beroepenstructuur in de wet.

De vraag rijst of een systeem van bevoegdheden gekoppeld aan beroepen – een erfenis van het middeleeuwse gildensysteem – niet achterhaald is.

De vraag rijst of een systeem van bevoegdheden gekoppeld aan beroepen – een erfenis van het middeleeuwse gildensysteem – niet achterhaald is. De wetgever realiseerde zich al snel dat het geen sluitend systeem was, want de wet eist dat een beroepsbeoefenaar niet alleen bevoegd, maar ook bekwaam moet zijn. Het is echter veelal de beroepsgroep/beroepsbeoefenaar zelf die dit mag bepalen. Zo mag een arts heelkundige handelingen verrichten. Dit is breed gedefinieerd. We zien bijvoorbeeld steeds meer dat huisartsen kleine chirurgische ingrepen verrichten, zoals vasectomieën, oogboringen, verwijderen van huidtumoren etc. Het probleem hierbij is dat beroepsbeoefenaren zichzelf soms overschatten en denken dat ze iets wel kunnen, terwijl dat niet het geval is. Er is daarbij veelal geen sprake van opzet, maar van ‘onbewuste onbekwaamheid’.  In het tijdschrift Medisch Contact stond hier onlangs een voorbeeld van: een huisarts die een hangend ooglid verkeerd opereert op basis van een foutieve diagnose. [1] Gelukkig viel het in dit voorbeeld mee, de patiënt was zelfs zeer  tevreden, in de onwetendheid dat het resultaat veel beter had kunnen c.q. moeten zijn.

De wet vertoont meer tekortkomingen. Zo kan een verkeerde diagnose verstrekkende gevolgen hebben, maar het stellen ervan is geen voorbehouden handeling. Iedereen mag bijvoorbeeld de diagnose kanker stellen of juist uitsluiten, ook een kwakzalver. Het verzorgen van patiënten/cliënten is ook geen voorbehouden handeling. Goed bedoelende, maar onbewust onbekwame personen kunnen grote schade aanrichten bij de verzorging van bijvoorbeeld bedlegerige patiënten.

De hiervoor geschetste problemen kunnen opgelost worden door risicovolle handelingen veel nauwkeuriger te omschrijven en specifieke bevoegdheden niet toe te kennen aan beroepsbeoefenaren, maar aan individuen die hebben aangetoond dat ze bekwaam zijn een bepaalde handeling te verrichten. In de praktijk zal dit betekenen dat zij zich tijdens hun opleiding in een aantal handelingen bekwamen, hierop getoetst worden en daarna hun kennis- en vaardigheden op peil houden.  De handelingen kunnen het gehele terrein van de zorg betreffen, van het stellen van een medische diagnose op een bepaald terrein, het verrichten van een laparoscopische galblaasverwijdering tot het verzorgen van een patiënt met een beroerte.

Op deze wijze wordt de borging van veiligheid en kwaliteit gelegd daar waar die beter past: op het niveau van de individuele zorgverlener. De patiënt kan er zo op vertrouwen dat de zorgverlener die een bepaalde handeling bij hem of haar verricht hierin bekwaam is. Een dergelijke aanpak is ook flexibel, aangezien nieuwe voorbehouden (be)handelingen snel, bijvoorbeeld in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, in de regelgeving kunnen worden opgenomen. Er hoeft niet over gesteggeld te worden welke beroepsgroep ‘het mag gaan doen’ en voorkomen wordt dat een bepaalde beroepsgroep het ‘zich toe-eigent’. Uiteraard kunnen en mogen zorgverleners zich blijven verenigen in beroepsgroepen om de kwaliteit van de beroepsuitoefening en de belangen te behartigen. Dit is dan echter een puur private aangelegenheid.  

Kortom, na 25 jaar moet een volgende stap gezet worden. De navelstreng met het oude gildesysteem moet nu eens geheel doorgeknipt worden. De  wet BIG - Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg – moet omgevormd worden tot de wet BIG: Wet op de bekwaamheden in de individuele (gezondheids)zorg.

[1] https://www.medischcontact.nl/opinie/lezers-schrijven/praktijkperikelen/praktijkperikel/ik-dacht-dat-huisartsen-het-zo-druk-hadden.htm?mailkey=&utm_medium=email&utm_source=mc_nieuwsbrief

Over de auteur

Leo Ottes, senior-adviseur, lid RVS-commissie Beroepenregulering in de zorg

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.