Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Jaap Maljers

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Jaap Maljers, zorgondernemer.

“In de gezondheidszorg is het handelen van de individuele medisch professional het uitgangspunt. Al vele decennia. We gaan er met z’n allen van uit dat de huisarts of specialist de kennishouder is die weet wat goed is voor de patiënt. Terwijl uit onderzoek blijkt dat een gemiddelde specialist binnen zijn eigen vakgebied hooguit vijf procent van de kennis paraat heeft. Vijf procent! Kon je vroeger uit met ‘gemiddelde kennis’, voor de moderne geneeskunde telt inzicht in genetica en een complexe set ‘biomarkers’. Diagnose en therapie worden steeds verfijnder. De solistische dokter, ook de klassieke medisch ‘specialist’, kan het niet meer overzien. Het gevolg? Onnodige fouten, complicaties en vertragingen. Vinden we heel gewoon. Ik snap dat echt niet. Stel dat er een Boeing neerstort, waarvan KLM achteraf zegt: ‘Het was wel bekend dat er mogelijk een slecht schroefje in zat, maar wel een heel zeldzaam schroefje en de kans op een ongeluk achtten we zo klein dat we het maar niet verder hebben onderzocht’, dan kan KLM wel inpakken. En terecht.”

Jaap Maljers is een zeer actieve ondernemer en investeerder in de zorgmarkt. Hij begon in de jaren negentig, na een studie geneeskunde en een korte carrière bij McKinsey, met een adviesbureau (Plexus) voor het vergroten van uniformiteit en toetsbaarheid in medisch handelen en richtte later onder andere Bergman Clinics, Vision Clinics en ZorgDomein op. Nu is hij actief met Incision en Quantib, waarmee hij zich richt op kunstmatige intelligentie in respectievelijk de chirurgie en de oncologische diagnostiek. Maljers voorziet in de komende vijftien jaar een grote mentaliteitsverandering in de zorg. Al erkent hij dat er nog veel moet gebeuren voor het zover is. “We hebben als samenleving een hele hoge acceptatiegraad voor medisch falen en het niet toepassen van kennis die wel degelijk beschikbaar is”, stelt hij. “Terwijl iedereen wel een voorbeeld kent van gevallen waar dingen zijn misgegaan.

Afscheid van het misplaatste beeld van de alwetende witte jas.

Bijna altijd als gevolg van onvoldoende kennis bij de behandelaar, een blinde vlek, een verkeerde interpretatie of gewoon onwetendheid. En begrijp me goed: ik zeg dit niet als kritiek op de medisch professional; de individuele arts kan het simpelweg niet meer overzien. De medische wereld weet steeds meer, kan steeds meer, maar dat past nooit allemaal in het hoofd van die ene arts. Neem nou borstkanker, dat was vroeger één ziekte, inmiddels weten we dat er ten minste acht varianten van bestaan, allemaal met net even andere symptomen, een ander verloop en met een andere behandeling. Je kunt toch niet van een individuele specialist verwachten dat hij of zij dat allemaal overziet en – alles afwegende – altijd de juiste keuzes maakt? Dat bestaat niet! Dus worden vrouwen opgezadeld met een gemiddelde diagnose, een gemiddelde behandeling en gemiddelde zorg. Dat is het gevolg van een systeem waarin kansen blijven liggen wat betreft vroegtijdige signalering van ziekten, verkeerde diagnoses worden gesteld en beschikbare alternatieven voor behandelingen niet in beeld komen. Logisch, maar wat mij betreft onacceptabel. Toch vinden we het als samenleving nog steeds heel gewoon. Er is in mijn ogen een doorbraak nodig in ons collectieve denken, weg van het misplaatste geruststellende beeld van de alwetende witte jas. In plaats daarvan zouden we aan systemen moeten bouwen waarin de beschikbare kennis toegankelijk wordt, met de arts en verpleegkundige als adviseur en behandelaar en de patiënt als bron van data, die via kunstmatige intelligentie wereldwijd kan worden vergeleken en geïnterpreteerd.”

Rekenkracht
Dat klinkt behoorlijk hightech en ver weg, maar volgens Maljers zijn de eerste signalen op weg naar een fundamenteel andere benadering van zorg al zichtbaar. “Grote medische instituten zijn mondiaal al wel degelijk bezig om hun kennis deelbaar te maken, digitaal en deels met afspraken over gezamenlijke analyses en kennisverrijking”, vervolgt hij. “Dat legt een basis onder grootschalige kennisnetwerken waar artsen straks casuïstiek delen, mondiaal feedback verzamelen en studieresultaten koppelen. Geholpen door heel veel rekenkracht van computers die alle overeenkomsten en uitzonderingen razendsnel analyseren. Je ziet de eerste netwerken al ontstaan en mijn hoop is dat die hun waarde voor patiënten zodanig zullen bewijzen dat steeds meer mensen zich gaan afvragen: waarom doen we het niet altijd zo? Dat er onder burgers een groeiend besef gaat ontstaan dat je het zorgsysteem gewoon mag afrekenen op de kwaliteit van de output in plaats van via een vergoeding per uur. Met als centrale eis dat alle beschikbare kennis over jouw ziekte of aandoening wordt benut om tot de best mogelijke preventie of oplossing te komen.”

Het wachten is op het moment waarop grootschalig verbindingen worden gelegd met de groeiende professionele en wereldwijde netwerken van medische wetenschappers en zorginstellingen.

Komt daarmee niet heel veel verantwoordelijkheid voor het aanjagen van de verandering bij de patiënten te liggen? Maljers denkt even na en brengt dan zijn gepassioneerde betoog in een nog hogere versnelling. “Dat is in mijn optiek onvermijdelijk. De conventionele medische wereld heeft onvoldoende prikkels om te veranderen, om uit zichzelf mee te gaan in de noodzaak tot het standaardiseren, evalueren, toetsen en delen van kennis en processen. Dat tast immers je positie aan, je aanzien als individuele arts en als institutie. Kijk naar wat er in de luchtvaart door alle standaardisering en de zero tolerance rond veiligheid is gebeurd: daar is de piloot tot een commodity verworden, vergelijkbaar met een buschauffeur. Weg status! Dat wil je als medicus niet en dus ben je gericht op het behoud van de status quo. De verandering moet uit een andere hoek komen en ik geloof daarbij echt in de kracht en macht van de patiënt. Voor een deel via een nieuw soort mondigheid, omdat het kennis-niveau dankzij internet in generieke zin toeneemt. Maar misschien nog wel belangrijker is de mate waarin de consument vergroeid begint te raken met technologie, ook als instrument bij fit- en gezondheid. De smartwatches en health-apps vliegen de winkels uit. Mensen worden gegrepen door de mogelijkheden om allerlei parameters van hun fysieke en mentale gesteldheid te meten. Nu nog vrij beperkt en soms zelfs tamelijk dubieus, maar de data die het oplevert, worden steeds relevanter en steeds vaker ook gekoppeld aan databases en intelligentie die je als gebruiker tips en adviezen teruggeven. Ook langs die weg worden kennisnetwerken opgebouwd en het wachten is op het moment waarop grootschalig verbindingen worden gelegd met de groeiende, professionele en wereldwijde netwerken van medische wetenschappers en zorginstellingen.”

Twee procent
Dergelijke koppelingen gaan de beweging naar een nieuw systeem volgens Maljers een extra push geven. Hij duidt het met een voorbeeld: “We hebben in Nederland ruim een miljoen mensen met suikerziekte, waarvan in de huidige praktijk de behandeling voor zeventig procent van hen niet voldoet aan de norm. Stel dat die mensen erachter komen dat er wel degelijk kennis beschikbaar is om op basis van ieders persoonlijke profiel via een app te komen tot een maatwerkbehandeling en -begeleiding die ervoor zorgt dat je de ziekte zonder complicaties kunt doorkomen. En stel dat hun patiëntenvereniging dat oppikt en bovenaan de agenda zet, en dat andere verenigingen voor andere aandoeningen dat vervolgens ook gaan doen. Dan ontstaat een niet te stuiten beweging, iets waar ook de medische wereld en de politiek op termijn niet meer onderuit kunnen. Ik verwacht dat de doorbraak uiteindelijk op die manier gaat plaatsvinden en ik hoop eigenlijk dat de politiek niet wacht tot dat moment met het stimuleren en structureren van het nieuwe systeem. De macht om de beweging te versnellen, ligt daar. Waarom verschuiven we niet elk jaar twee procent van het beschikbare zorggeld en maken die vrij voor vernieuwing? Zo krijgen innovatieve aanbieders de ruimte om de relevante kennisnetwerken te ontwikkelen. Er is bijvoorbeeld nu al een app beschikbaar waarmee je vroegtijdig de symptomen van een milde depressie kunt signaleren. Het blijkt dat mensen die daaraan lijden in de periode voorafgaand langzamer spreken en een veranderd slaappatroon krijgen. Dat kun je via je smartphone meten. Heel waardevol. Maar in het huidige systeem gaat er geen cent naar de partijen die hieraan werken, terwijl er wel 180 euro per uur mag worden gedeclareerd door de psychiater die aan het werk gaat als een patiënt uiteindelijk onnodig in zo’n depressie belandt. Maak daar geld voor beschikbaar, stimuleer die vernieuwingen. Elk jaar twee procent van het budget erbij, zodat je het oude systeem afbouwt terwijl je het nieuwe systeem opbouwt. Dan ben je er in minder dan tien jaar tijd, daar ben ik van overtuigd. Doe je dat niet, dan gebeurt het uiteindelijk ook, maar dan vanuit het buitenland opgedrongen. We hebben dan zelf geen kennis over hoe de kwaliteit inzichtelijk te maken, maar bovenal lopen we achter in het aanpassen van de organisaties en opleidingen. En ik vind dat we ons dat als maatschappij niet kunnen veroorloven.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

* verplichte velden

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

  • Een gewone dokter en een gewone patiënt kunnen dit niet begrijpen.
    En zeker niet op een dag, dat de door Maljers opgerichte Bergman Clinics voor 1 miljard Euro "in de etalage zijn gezet".
    Verlies van het goede oorzaak gevolg verhaal van de meeste Zivilizationskrankheiten liet ook de preventie wegzakken. Big data, high tech en innovatieve dure oplossingen in farma en chirurgie gaan dat niet terugbrengen. De dokter ( hoeveel robots aan zijn/haar zij) wordt geen alwetende duizendpoot en de patiënt wordt een steeds grotere doos van Pandora.

    Van: Piet van Loon, orthopeed | 06-02-2020, 21:09