Het is van groot belang dat kinderen tijdens de schooldag leren bewegen — juist ook buiten de gymles. Daartoe roepen de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving op in een gezamenlijke brief aan staatssecretaris Tielen van Onderwijs.  Ze vragen om dit vast te leggen in een nieuw kerndoel voor bewegen en sport. De raden gaven dit advies ook al in 2018. Nu het kabinet een wetsvoorstel ter consultatie heeft voorgelegd zonder zo'n kerndoel, herhalen ze hun oproep.

Beeld: © HvA

De volgende herziening van kerndoelen, wellicht wederom over 20 jaar, mag niet het moment zijn dat we samen terugkijken en concluderen: we hadden de kans om kinderen te leren tijdens hun dag te bewegen al in 2026’, aldus beide raden. In het advies wijzen de raden op een stapeling van problemen bij kinderen: bewegen wordt steeds minder vanzelfsprekend, naar school gaan is de belangrijkste zitactiviteit en of een kind op school beweegt hangt nu volledig af van de school of zelfs de individuele leerkracht. Dat werkt kansenongelijkheid in de hand.

Bewegen tijdens de dag is belangrijk om al op jonge leeftijd aan te leren. Jong geleerd is oud gedaan en leidt ertoe dat ook op latere leeftijd de gewoonte om voldoende te bewegen blijft bestaan. In een samenleving waar bewegen steeds meer uit het dagelijks leven verdwijnt, is dat wenselijk. Daarnaast zorgt het in het klaslokaal voor betere concentratie, bijvoorbeeld voor rekenen en taal, dat kinderen mentaal beter in hun vel zitten en dat er meer rust is.

De raden erkennen dat de keuze voor het toevoegen van een kerndoel niet eenvoudig is en op juridisch-bestuurlijke bezwaren kan stuiten. Maar de raden stellen daar tegenover dat de gezondheid en het welbevinden van kinderen minstens zo zwaar moet wegen. Zeker als wordt gestreefd naar de gezondste generatie ooit.  

Lees hier het advies ‘Plezier in bewegen’ van de Nederlandse Sportraad en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving