Terugdringen dakloosheid vereist structureel andere aanpak

Het laatste decennium is het aantal daklozen in Nederland ruim verdubbeld. Naast persoonlijk leed brengt dat ook grote maatschappelijke gevolgen met zich mee. Dit vraagt om een structureel andere aanpak van dakloosheid waarbij preventie en het recht op huisvesting voorop moeten komen te staan. Dat bepleit de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) in een gevraagd advies ‘Herstel begint met een huis’ dat vandaag wordt aangeboden aan staatssecretaris Paul Blokhuis.

In 2019 meldde het CBS dat het aantal feitelijk daklozen in Nederland sinds 2009 ruim verdubbeld is: van 17.8 duizend naar 39.3 duizend. Ook tonen de cijfers dat met name onder jongeren en niet-westerse migranten de stijging het grootste is. Dakloosheid is een extreme vorm van sociale uitsluiting en berokkent mens en maatschappij schade. De coronacrisis maakt dit eens te meer duidelijk. Als daklozen geen veilige plek hebben dan vormt dat ook een gevaar voor henzelf en voor de volksgezondheid. Met dit advies biedt de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) aanknopingspunten voor een structureel andere aanpak van dakloosheid.

Verschillende routes richting dakloosheid

De Raad concludeert dat de groep daklozen meer divers geworden is. Beleid en hulpverlening zijn daar momenteel nog onvoldoende op afgestemd. Het gaat over mensen die geen huis kunnen vinden na een life event, een instelling verlaten zonder adequate nazorg, te maken krijgen met een huisuitzetting of na een verblijf in het buitenland terugkeren naar Nederland en niet langer kunnen rekenen op adequate hulp. Deze verschillende routes vereisen maatwerk; het beleid en de hulpverlening moeten hier dichter bij aansluiten en domeinoverstijgend te werk gaan.

Recht op huisvesting

De Raad ziet een dak boven het hoofd als het startpunt van herstel. Vanuit een plek om te wonen volgt een persoonsgerichte aanpak van problemen op andere levensgebieden. Dit kan al binnen de bestaande wet – recht op huisvesting - maar wordt niet gebruikt. Dit betekent niet dat iedereen zomaar bij de overheid kan aankloppen voor een woning. Rijk en gemeenten hebben vanuit het recht op huisvesting de opdracht om anders na te denken over de vormgeving van – en toegang tot – de onderste trede van de woningmarkt. Ze moeten regie nemen op het creëren van veel meer tijdelijke woningen en eigen woonoplossingen van burgers stimuleren en waarderen. Reeds bestaande beleidsruimte – zoals het maken van uitzonderingen bij de kostendelersnorm of het afschaffen van het zelfredzaamheidscriterium – wordt onvoldoende benut. Gezien de complexiteit van het vraagstuk pleit de RVS ook voor een interdepartementale werkgroep overheen beleidsdomeinen en termijnen. Beleid voor dakloosheid houdt niet op met extra woningen en moet er voor altijd zijn.

Bestaansonzekerheid

Ongeacht leeftijd of afkomst hebben alle daklozen te maken met een lange periode van bestaansonzekerheid. Regels en procedures die er nu zijn om te helpen in onzekere periode werken averechts: ze duwen mensen onbedoeld juist verder naar buiten in plaats van ze weer op te nemen in de samenleving. Een structureel andere aanpak van dakloosheid moet hier antwoord op geven. Met dit advies biedt de raad handvatten aan alle betrokken partijen om eerder in actie te kunnen komen wanneer sprake is van sociale uitsluiting en dakloosheid op de loer ligt. Alleen zo komen we tot een verschuiving van het achteraf oplossen naar het voorkomen van dakloosheid.

Download hier het advies 'Herstel begint het een huis. Dakloosheid voorkomen en verminderen'.

Herstel begint met een huis
©Ellen Houtman