Vijf vragen aan ons nieuwe raadslid Erik Dannenberg

Erik Dannenberg is sinds 15 augustus 2019 raadslid bij de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Hij bekleedt een groot aantal functies. Het laat zien hoe breed zijn interesse en betrokkenheid bij het totale werkveld van volksgezondheid en samenleving zijn. Wat Erik betreft zijn de V en de S van de RVS niet los van elkaar te zien: “Een sterke, vitale en gezonde samenleving, daar moet de focus liggen!” Erik beantwoordt vijf vragen ter kennismaking in zijn rol als nieuw raadslid van de RVS.

Waar kijk je, als nieuw raadslid, het meest naar uit bij de RVS?

In het algemeen zeg ik: goede adviezen maken, waar ook daadwerkelijk iets mee gedaan wordt. Onderwerpen zijn er genoeg, er kan en moet nog veel verbeterd worden op ons werkterrein. Teveel mensen lopen vast in onze stelsels en verdwalen in het woud van regels en regelingen. Dat raakt met name de meest kwetsbaren. Stelsels moeten ondersteunend zijn. Nu werpen ze te vaak hordes en barrières op. Om mensen de juiste zorg en ondersteuning te kunnen bieden, moeten we met hen “op ooghoogte komen”. Ik zie wel iets in het gebruik van “klantreizen”. Veel bedrijven en organisaties hanteren dit middel om te beoordelen of mensen goed geholpen worden, of de dienstverlening goed georganiseerd is. Daarbij moeten we de krachten in de samenleving veel beter benutten. Wat is het “eco-systeem” van de degene die de zorg en hulp nodig heeft? Is er steun van familie? Buren? School? Kerk? Maatschappelijke organisaties? In die eco-systemen zit enorm veel kracht!
Ik hoop dat de RVS aan deze ambitie een goede bijdrage kan leveren. De RVS is een brede raad met dito kennis, ervaring en expertise. En werkt vanuit het perspectief van burger. Ik vind het heerlijk om daaraan mee te werken.
 

Welke raakvlakken zie je met jouw functie als voorzitter van Divosa en andere (neven)functies?

Ik zie er vele. Het perspectief van de burger - zo belangrijk voor de RVS - is leidend in al mijn functies, hoofd- en neven-. Daarbij richt ik mij graag op de zorg en hulp aan mensen die het ’t hardst nodig hebben. Om die reden ben ik voorzitter Meerjarenplan Depressiepreventie, maar ook voorzitter van de Raad van Toezicht van Viattence, een vernieuwende organisatie voor verpleeghuiszorg en thuiszorg op de Veluwe. En voorzitter van de Stichting Present Nederland, een koepelorganisatie voor lokale stichtingen die een brug willen slaan tussen mensen die wat te bieden hebben en mensen die daarmee geholpen kunnen worden. Ook ben ik voorzitter van de Raad van Commissarissen van SZW, een woningcorporatie in Zwolle. Al die verschillende aspecten en invalshoeken van zorg, ondersteuning en wonen wil ik inbrengen bij RVS.

Welke onderwerpen op het brede terrein van gezondheidszorg en samenleving spreken je het meest aan?

Alles wat te maken heeft met de s van samenleving. Een sterke, vitale en gezonde samenleving vormt onze krachtige basis. Daarom spreekt het onderwerp preventie mij enorm aan. Ga uit van talenten van mensen, van wat zij kunnen, en “frame” mensen niet op hun ziekte of gebrek. Ik ben een groot voorstander van het inclusiemodel: iedereen doet mee, vanuit zijn of haar eigen kracht. De zorg is te veel curatief gericht, is te medicaliserend en te weinig gericht op een volledige diagnose vooraf: wat is deze persoon voor iemand? Hoe ziet zijn of haar eco-systeem eruit? Van daaruit kan de zorg en ondersteuning georganiseerd worden.

Welk advies van de RVS spreekt je het meest aan en waarom?

Dan denk ik direct aan het advies “Zonder context geen bewijs”. Het laat zien hoe belangrijk het is om iedere persoon als een uniek individu te beschouwen en te behandelen. “De” patiënt bestaat niet. Het laat ook zien hoe belangrijk het is de totale context van iedere patiënt in ogenschouw te nemen en daar de zorg in samenhang op te organiseren. Nu is de zorg te vaak te gefragmenteerd en daardoor niet efficiënt en effectief. Het advies “Zonder context geen bewijs” had veel impact. Direct na publicatie en nu, twee jaar later wordt er nog steeds – terecht! - over gesproken.

Wie is je grootste inspiratiebron en wat zijn de belangrijkste levenslessen van deze persoon?

Veel mensen hebben mij inspiratie gegeven, maar ik pik er twee uit, beiden van het Leger des Heils: majoor Bosshardt en majoor Poppema. Het Leger des Heils was mijn eerste werkgever. Wat ik bewonderde aan de organisatie, en aan de twee officieren in het bijzonder, was het eindeloze optimisme. Ik herinner me een bijeenkomst op een van de locaties van het Leger. Majoor Bosshardt merkte op dat een van de bewoners, die zij kende van eerdere ontmoetingen, ontbrak. “Waar is Herman?”, vroeg zij. Wij vertelden dat Herman, vechtend tegen een alcoholverslaving, volledig was teruggevallen. “Wij gaan hem ophalen”, zei majoor Bosshardt meteen, “erop af!” Het kenschetst de menselijke warmte, die nu eenmaal bij goede zorg hoort. De majoors kenden iedere bewoner bij naam, hadden voor ieder aandacht en compassie.
Professioneel handelen en menselijke warmte, ze moeten altijd hand in hand gaan.

Erik Dannenberg