Solomon wilde geen kindsoldaat worden

Solomon is 20 en komt uit Eritrea. Zijn vaderland heeft hij verlaten toen hij 12 was, zonder familie. Na vele omzwervingen is hij 5 jaar geleden in Nederland beland. Solomon wilde vrijheid, hij wilde geen kindsoldaat worden. Het leven als vluchteling kent dieptepunten en nog diepere punten, heeft hij gemerkt. Altijd heeft hij zich vol energie ingezet om een nieuw leven op te bouwen. Met hulp van goede  vrienden. En na veel vallen en opstaan begrijpt hij nu iets meer van het systeem in Nederland.

©Peter van Beek

Op zijn 12e besluit Solomon naar Ethiopiëte vluchten. Een leven als kindsoldaat in Eritrea schrikt hem af. Zijn ouders laat hij achter, en zijn broers en zussen kiezen hun eigen vluchtroute. Hij verblijft 3 jaar in Ethiopië. Omdat hij nog geen 15 jaar is, krijgt hij van het Rode Kruis een begeleidster toegewezen. Zij wordt een soort moeder. Regelmatig stuurt een zus van Solomon geld op vanuit Israël. Daarvan kan hij kleding en eten kopen. Ook koopt hij met het opgestuurde geld spullen voor de jongens met wie hij samenwoont. Met zijn vieren delen ze een kamer. Ze slapen op de grond.

Na 3 jaar in Ethiopië vlucht Solomon verder richting Soedan. Daar verstopt hij zich 3 weken in een huis. Als je in Soedan door de autoriteiten wordt opgepakt zonder een identiteitsbewijs, ga je de gevangenis in. Dat wil hij voorkomen. Vanuit Soedan vlucht hij verder richting Libië. In de Sahara slaapt hij in de buitenlucht. Eenmaal aangekomen in Libië schuilt hij een maand lang ergens in een huis. Hij herinnert zich niet in welke stad.

Solomon kan de overtocht naar Italië maken als hij 1.600 euro betaalt aan een Libische soldaat. Zonder de betaling kan hij niet verder. Het risico om opgepakt of zelfs vermoord te worden is reëel.  Solomon wil veiligheid. Het Europese vasteland wordt zijn nieuwe bestemming.

Net voor hij de oversteek naar Italië wil maken, ontmoet Solomon een zwangere Ethiopische vrouw. Zij heeft het geld voor de soldaten niet. Samen met andere vluchtelingen probeert hij het benodigde geld voor de vrouw bij elkaar te krijgen. Ze willen koste wat kost voorkomen dat de vrouw in Libië moet bevallen en daar zonder eten of drinken achterblijft. Het lukt hen. Solomon, de vrouw en 500 andere vluchtelingen stappen op een bootje richting Italië. Er zijn veel zwangere vrouwen en kinderen bij. Later zal de Ethiopische vrouw in Milaan bevallen en verzorging krijgen in een ziekenhuis. Ze is Solomon en de anderen eeuwig dankbaar, weet hij.

Vanuit Italië reist Solomon via Berlijn door naar Nederland, waar hij in een Asielzoekerscentrum (AZC) terechtkomt. Hij verwacht ontbering, want hij denkt dat de overheid in Nederland – net als in Eritrea – niets voor je doet. Zijn zorg is onterecht. In het AZC krijgt hij kleding en 50 euro om van te leven. Daar is Solomon erg blij mee. Uiteindelijk verblijft hij er 5 maanden. Terugkijkend op zijn tijd in het AZC is hij dankbaar. Na jaren van vluchten is de periode daar een rustige en leuke tijd.

©Peter van Beek

Eind 2017 krijgt Solomon een huis toegewezen. Ook volgt hij taalles. Zonder moeite slaagt hij. Het inburgeringsexamen legt hij eveneens moeiteloos af. Dat vindt hij belangrijk, want anders kan hij  nooit een Nederlands paspoort krijgen. En zonder paspoort is het onmogelijk om Nederland te verlaten en weer terug te komen. Solomon mist zijn ouders verschrikkelijk. Hij heeft ze bijna 10 jaar niet meer gezien. Het vreet aan hem. Wel belt hij regelmatig met hen. Maar zonder beeld, want internet hebben zijn ouders in Eritrea niet.

In Nederland maakt Solomon zijn middelbare school af. Daarna begint hij een opleiding tot timmerman en vindt hij een baantje bij een fastfoodketen, zonder contract. In de tussentijd krijgt hij zijn paspoort. Eindelijk kan Solomon zijn ouders bezoeken. Snel vertrekt hij. De ontmoeting met zijn ouders vindt plaats in Ethiopië, dat is veiliger dan Eritrea. Zijn moeder herkent hem eerst niet, ze weet niet hoe haar volwassen zoon eruitziet. Foto’s hebben haar nooit bereikt en Solomon is als kind vertrokken. Anderhalve maand verblijft hij samen met zijn ouders in Ethiopië. Dan keert hij terug naar Nederland. Het is het begin van een moeilijke periode.

Op Solomons deurmat ligt post, veel post. Door zijn vertrek naar Ethiopië heeft hij officieus zijn opleiding stopgezet. Daardoor stopt ook de studiefinanciering en heeft hij onbedoeld schulden opgebouwd. Hij heeft geen inkomen, maar wel een huurachterstand. De begeleider kan hem niet helpen, want Solomon heeft er zelf voor gekozen om naar Ethiopië te gaan. Een huisuitzetting dreigt. Solomon gaat in gesprek met zijn huisbaas en vertelt dat hij eindelijk zijn ouders terug heeft gezien. Hij mag op zijn kamer blijven. Voor Solomon is dit een stressvolle periode met vele slapeloze nachten. Het oplossen van zijn problemen slorpt al zijn energie op. Hij bidt dat de schuld weer over zal gaan. Drank en drugs laat hij links liggen, maar hij begrijpt waarom anderen die middelen in zulke stressperiodes niet kunnen weerstaan.

Solomon vraagt bij de gemeente een uitkering aan. Hij komt in aanmerking, al zal de eerste betaling minimaal 3 maanden op zich laten wachten. Dat is te lang, want leven kost geld, en Solomon heeft niets. Hij probeert opnieuw een baan bij de fastfoodketen te krijgen, maar veel werk is er niet. Ook vraagt hij de gemeente om hulp bij het vinden van een baan. Maar Solomon krijgt te horen dat hij zelf ook wel weet hoe hij aan een baan moet komen. De schulden die Solomon wil aflossen, worden alleen maar groter.

Uiteindelijk laat de eerste betaling van zijn uitkering 5 maanden op zich wachten. Het bedrag van de schulden weet hij niet meer precies, maar hij schat het op 5.000 euro. In die tijd eet Solomon vooral bij vrienden en een verre tante die in dezelfde stad woont. Soms eet hij slechts 1 appel op een hele dag. Hij voelt zich schuldig tegenover de mensen die hem helpen. Solomon is bang dat ze hem niet aardig meer vinden.

Solomon solliciteert overal waar hij maar kan. Uiteindelijk kan hij terugkomen bij de fastfoodketen. Hij kan fulltime aan de slag. Daardoor krijgt hij slechts een uitkering voor 1 maand. Elke extra dienst die hij kan draaien, pakt hij met beide handen aan. Solomon wil van zijn schulden af. En hij  schrijft zich weer in voor een opleiding, Zorg en Welzijn ditmaal. Ook start zijn studiefinanciering opnieuw. Al met al heeft hij 8 maanden financiële problemen gehad. Als hij die periode afsluit, heeft hij het gevoel dat hij erdoorheen zit. Het is een tijd van veel tranen en weinig slaap geweest.

©Peter van Beek

Al die tijd heeft Solomon het gevoel gehad dat zijn begeleider hem niet serieus heeft genomen en weinig respect voor zijn situatie heeft gehad. Er werden grapjes over zijn leven gemaakt. Maar dan loopt hij Petra tegen het lijf. In het verzamelgebouw waar hij woont, runt zij een sociale onderneming. Ze ontfermt zich over Solomon en is bereid zijn schulden over te nemen. Dat wil Solomon niet, hij wil zijn problemen zelf oplossen. Wel ondersteunt Petra hem emotioneel en helpt ze hem met zijn administratie. En hij mag stagelopen in haar bedrijf. Ze wordt zijn Nederlandse moeder. Daardoor hervindt hij de energie die hij nodig heeft.

2 jaar lang is Solomon razend druk met werken én studeren. Van 8 uur in de ochtend tot 3 uur in de middag gaat hij naar school. Van 4 uur ’s middags tot middernacht werkt hij bij de fastfoodketen. Dan gaat hij naar huis, neemt een douche en valt rond twee uur ’s nachts in slaap. Een paar uur later gaat de wekker omdat hij weer naar school moet. Soms komt Solomon te laat op school of heeft hij niet de tijd om zijn huiswerk af te maken. Maar op school kent men zijn verhaal, het tempo waarin hij leeft. Zijn docente toont begrip. Dit ritme van werken en studeren stopt op het moment dat corona uitbreekt. Solomon is er dan net in geslaagd om zijn schulden af te betalen. Hij verliest zijn baan, en met de studiefinanciering kan hij net rondkomen.

Niet het geld, maar de ideeën van anderen hebben Solomon geholpen. Hij kent het systeem langzaamaan wel, maar hij weet dat hij zonder hulp van derden hopeloos knel was komen te zitten. Hij is mensen zoals Petra en zijn docente dankbaar. Ze staan altijd klaar om hem advies te geven.  Solomon vindt het daarom van belang dat je je verhaal deelt. Want als je dat niet doet, kun je niet geholpen worden. Zo kent hij een meisje met problemen. Lang hield ze haar verhaal voor zichzelf. Ze  schaamde zich. Maar nu Solomon op de hoogte is van haar problemen, lossen ze die samen op.

Maar de basis is vertrouwen. Vertrouwen hebben in de ander én er vertrouwen in hebben dat het weer beter wordt. Je moet tegen jezelf blijven zeggen dat morgen beter wordt dan vandaag. Tijden veranderen in het leven. Je bent niet je hele leven arm of je hele leven rijk. Dit zijn lessen die hij uit de Bijbel heeft geleerd. Solomon is christelijk en dat is erg belangrijk voor hem. Zonder die hoop voor morgen plegen veel mensen zelfmoord, bijvoorbeeld als ze in de schulden komen te zitten. Dit heeft hij van dichtbij meegemaakt, met een vluchtelinge die in Rotterdam woonde. Hij is er zeker van dat ze nu nog geleefd zou hebben als ze geen schulden had gehad. Voor Solomon is het de hoop die hem in leven houdt.

Het is lang niet altijd makkelijk. Zo kan het op school voor een vluchteling moeilijk zijn. De praktijk kun je wel leren, maar als je de taal niet zo goed verstaat, kan de theorie best lastig zijn. Niet goed begrijpen van het Nederlands kan leiden tot miscommunicatie, of het kan mensen irriteren omdat  het allemaal wat langer duurt voordat iets duidelijk is. Zo dacht een vriend van Solomon dat hem eindelijk een baan werd toegezegd, maar in realiteit werd hij afgewezen. En hij kent iemand die telefonisch een OV-abonnement voor door de week wilde afsluiten, maar er per vergissing 1 voor het weekend nam. En bij presentaties op school is het maar de vraag of ze dat gebrekkige Nederlands wel zo grappig vinden.

Momenteel is Solomon gelukkig. Als hij problemen krijgt, weet hij ze op te lossen. En met Petra en haar gezin heeft hij er een familie bij. Zij is aanwezig bij Solomons diploma-uitreiking, en hij is erbij als Petra’s zoon zijn diploma krijgt. Solomon heeft ervaren hoe moeilijk het leven kan zijn, maar hij weet ook dat morgen altijd iets nieuws brengt. Het is zijn droom om ooit in Nederland theologie te studeren. Daarvoor moet hij de taal nog beter leren en verder studeren. Voor op de korte termijn zou hij het heel leuk vinden om in een ziekenhuis te mogen werken. Om mensen te helpen.