Miranda wil op roadtrip

Miranda is 35 jaar en komt uit een dorp in het noorden van het land. Ze is het 3e kind uit een gezin van 6. Vader was analfabeet en stopte vroegtijdig met werken vanwege een ziekte, en ook moeder heeft nooit een studie afgemaakt. Miranda is de enige van de kinderen die zonder verstandelijke problematiek werd geboren. Omdat zij het enige normale kind was, ontfermde ze zich over de andere kinderen. Ze wisselde baantjes bij boeren af met de zorg voor haar broers en zussen. Ze voelde zich een slaaf van het gezin. Daar heeft ze zich met veel strijd aan weten te ontworstelen.

©Peter van Beek

Voor de buitenwereld is er binnen het gezin weinig aan de hand. Ondanks alles zijn Miranda’s ouders mondig, en ze weten elke poging tot inmenging in de kiem te smoren. In realiteit is er sprake van mishandeling, zowel fysiek als psychologisch. Als er bijvoorbeeld iemand van school langskomt om te praten over de schoolresultaten, krijgen de kinderen van tevoren instructies over hoe ze zich moeten gedragen. Het niet opvolgen van die instructies resulteert in een tik. Desnoods met de mattenklopper. Miranda weet niet beter.

Haar ouders houden voor iedereen de deur dicht. Toch heeft Miranda nu het gevoel dat mensen van de gemeente, van school, de spraakbegeleider 
van school en de wijkagenten meer hadden kunnen zien en doen. Het gezin komt te boek te staan als ‘een aso-familie die niet spoort’. Miranda kan dat stigma achteraf niet rijmen met het uitblijven van hulp. Als niemand spoort binnen dat gezin, waarom doe je dan niets? Ze kan er niet bij dat ze nooit uit huis is geplaatst. Dat wringt nog steeds.

Op haar 15e gaat Miranda op schoolreis naar Engeland. Het is de eerste keer dat ze rust in het leven ervaart. Op school doet Miranda haar best, maar haar leerkrachten geloven er niet in. Ze behoort toch tot die ene familie waarvan niets terechtkomt? Veel meer dan bijstand zit daar niet in, is hun idee. Maar Miranda wil koste wat kost bewijzen dat ze beter kan. Een leven zoals dat van haar ouders vindt ze geen optie. Met vallen en opstaan maakt ze haar mavo af en daarna start ze haar opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Het is bikkelen, maar ze haalt het. Een pabodiploma wordt haar volgende doel.

Tijdens haar eerste jaar pabo krijgt ze een dubbele longembolie, boven op de problemen die ze met haar schildklier heeft. 4 weken ligt ze in het ziekenhuis. In de jaren die volgen zal Miranda nog 3 keer een longembolie krijgen. Dit als gevolg van een erfelijke ziekte, die pas later wordt ontdekt. Uiteindelijk kan ze een kwart van haar longcapaciteit niet gebruiken door littekenweefsel.

In het ziekenhuis gaat ze nadenken over haar leven. Met haar studie moet ze stoppen en ze is bang dat ze net zo wordt zoals de rest van de familie. Dat de gemeente gelijk krijgt en er niets aan haar deugt. Ondertussen is ook haar vader ernstig ziek geworden. Haar moeder wil de zorg voor hem niet dragen en gaat er met zijn beste vriend vandoor. Miranda weigert haar moeder te zien bij haar ziekbed. En ze belandt in een depressie.

©Peter van Beek

In die perode krijgt Miranda suïcidale neigingen, ze is zichzelf niet meer. Ze spaart haar pillen op, en voor de weinige mensen van wie ze houdt schrijft ze afscheidsbriefjes. Omdat ze een uitkering ontvangt, krijgt ze een oproepbrief van een werkcoach. Ze is moedeloos. De treinrit naar haar werkcoach ziet ze als het laatste uitje in haar jonge leven. Het moet een keertje klaar zijn, het gaat haar toch niet lukken. Dan krijgen ze maar gelijk.

De werkcoach blijkt haar familie niet te kennen, hij komt niet uit de omgeving. In dat gesprek gebeurt iets bijzonders: deze man kijkt anders naar haar en geeft haar hoop. Hij heeft geen vooroordelen en ziet welke hulp ze nodig heeft. Na hun eerste afspraak zegt de werkcoach enthousiast: 'Tot maandag!' Dat maakt iets in haar los. Ze wordt ergens verwacht. De werkcoach geeft haar het gevoel dat iemand écht naar haar luistert. Hij neemt haar onder zijn vleugels. Anderhalf jaar lang praten ze iedere maandag een aantal uur met elkaar. Het verbaast Miranda dat er ook zulke mensen bij de gemeente werken. De suïcidale gevoelens ebben weg.

Ze komt terecht in ‘uitkering spoor 2’, een re-integratietraject. Daardoor komt ze in aanmerking voor een begeleide baan bij het leer- en ontwikkelcentrum. Al die tijd woont ze bij haar zieke vader om voor hem te zorgen. In die periode wordt ze ook in contact gebracht met een psycholoog. Op het centrum wordt ze goed begeleid, en ze geniet van de veiligheid die de werkcoach haar biedt.

Als Miranda op een dag op haar werk komt met blauwe plekken op haar armen, grijpt de werkcoach in. Het huiselijk geweld heeft lang genoeg geduurd. Samen zoeken ze naar een huisje voor Miranda. Dat is nu 3 jaar geleden.

Op zichzelf wonen vindt ze fantastisch. De eerste 3 maanden gaat ze niet naar haar familie, dat kan ze niet. Ze moet de tijd nemen om rust te krijgen, na te denken en te reflecteren op haar gezinssituatie. Als ze terugkijkt, ziet ze dat vooral haar moeder iedereen in de familie tegen elkaar heeft opgestookt. Haar vader is meegegaan in de dominantie van de moeder. Als ze 1 jaar alleen woont, overlijdt haar moeder, 1 jaar later haar vader.

©Peter van Beek

Tot op de dag van vandaag bezoekt Miranda de psycholoog. Ze heeft haar trauma’s redelijk verwerkt. Ondertussen heeft ze wel een opleiding tot professionele ervaringsdeskundige in generatiearmoede en sociale uitsluiting behaald, met een excellente score, zelfs een tien voor rekenen. Via die opleiding is Miranda erin geslaagd om een netwerk op te bouwen. Vrienden heeft ze tot dan toe eigenlijk nooit gehad, ze behoort toch tot die ene familie? Maar nu gaat ze zingen in een koor en begint met vrijwilligerswerk.

Met haar gezondheid blijft het tobben. Miranda is wel al 40 kilo afgevallen, maar voelt zich nog steeds niet zo gezond als voorheen. Ze heeft het geaccepteerd, maar haar leven wordt erdoor beïnvloed. Ze kan bijvoorbeeld niet goed ademen in de mist of bij bepaalde geuren of uitlaatgassen. Daar heeft ze mee leren leven, maar prettig is anders. Als ze naar de huisarts gaat, voelt ze zich vaak niet begrepen. Al haar klachten worden aan haar gewicht toegewezen. Ze moet maar afvallen. Ze heeft het gevoel dat men vanwege haar omvang niet naar haar luistert. En nu, in deze tijd met  corona, voelt ze zich teruggeworpen in de geschiedenis, opnieuw ervaart ze sociaal isolement. Met haar slechte gezondheid kan ze geen risico’s nemen. Zelfs haar vriend ziet ze nog amper.

Over haar dromen is Miranda stellig: ze wil van de uitkering af. Steeds verantwoording afleggen is ze beu. Haar handje moeten ophouden, afhankelijk zijn, dat wil ze niet meer. En alles willen ze van haar weten. Haar vriend mag niet langer dan twee dagen blijven en al zeker geen tandenborstel  achterlaten, want voor je het weet denken ze dat je een huishouden bent. Ze moet regelmatig haar bankrekening laten zien of zich verantwoorden omdat ze door de geldcoach van de gemeente in de stad is gezien. Het voelt als permanente controle. Ze wordt er argwanend door en ervaart stress.

Miranda komt rond met wat ze heeft, al is dat weinig. Soms heeft ze het er moeilijk mee dat ze niet aan sparen toekomt, bijvoorbeeld voor als de wasmachine stuk gaat, of voor haar rijbewijs. Maar dat lukt haar niet op deze manier, want voor een alleenstaande is een uitkering te laag. Ze kan net alles betalen, maar daarmee is het ook gezegd. Het meest van al wil ze gewoon oud en gelukkig worden met haar vriend. Samenzijn met iemand die ze kan vertrouwen.

Als ze ooit haar rijbewijs heeft, wil ze op roadtrip door Europa, want ze is nog maar 2 keer in het buitenland geweest. Ook kan een rijbewijs haar helpen bij de zoektocht naar een baan. En als ze nóg verder durft te dromen, wil ze heel graag een keertje naar Florida. Miranda is dol op dolfijnen.