Henk heeft permanent een knoop in zijn buik

Henk is 57. Hij kan terugkijken op een onbezorgde jeugd. Volgens hem groeide hij op in de beste tijd die er was om op te groeien. Veel complicaties kende hij niet. Het nest waarin hij opgroeide was liefdevol, al zou hij later beseffen dat ze het thuis nooit echt breed hadden. Van Sinterklaas kreeg hij ooit een mooi speelgoedkasteel. Het was heel precies opgebouwd: stormtorentjes van hout, houten kanonnetjes met koperen loopjes, alles zat erop en eraan. Zijn vader had dat zelf gemaakt. Henk heeft nooit bedacht dat het niet uit de winkel kwam.

©Peter van Beek

Henk wordt geboren in Amsterdam. Op dat moment wonen zijn ouders bij iemand in. Er is woningnood en geld voor een eigen woonruimte is er niet. Als Henk 2 jaar is, verhuizen ze naar Wormerveer en niet veel later gaan ze naar Zaandam, waar zijn vader gaat werken bij een scheermesjesfabriek. Daar wonen ze 12 hoog in een flatgebouw. Henk krijgt er een broertje bij. Breed hebben ze het thuis niet, maar dat valt Henk niet echt op. Zijn jeugd is onbezorgd. Dat heeft er volgens Henk ook mee te maken dat zijn generatie het mooist is opgegroeid.

De vader van Henk heeft in Zwitserland een opleiding tot horlogemaker gevolgd. Met die ervaring krijgt hij de kans om aan de slag te gaan in Heerenveen. Henk is dan 10 jaar en hij zal er blijven tot hij 21 is. In het begin vindt hij het er afschuwelijk. In die tijd is er niets in Heerenveen, helemaal niets. Maar als hij nu terugkijkt, moet hij toegeven dat hij er een fantastische tijd heeft gehad. Hij voelde zich er vrij, heel vrij. In Heerenveen doet hij de mavo en de havo. Ook leert hij er zijn beste vrienden kennen, en de vrouw met wie hij later zal trouwen.

Werken doet Henk al op zijn 15e. Bij een architectenbureau. Na schooltijd kopieert hij daar bouwtekeningen. Elke dag 2 uur lang grote witte papieren door de wals drukken. Dat vindt hij leuk. Later neemt hij een baantje bij Albert Heijn. Ook dat vindt hij geweldig. Na de havo weet hij niet zo goed wat hij moet gaan doen. In de krant ziet hij een advertentie van de Sociale Academie. Ze zoeken studenten die zich willen verdiepen in maatschappelijk werk. Halsoverkop meldt hij zich aan. Het bevalt helemaal niet, hij vindt het 3 keer niks. Maar zijn vader had wel dure boeken voor hem gekocht.

Henk stapt naar de bedrijfsleider van de Albert Heijn en vraagt of hij daar fulltime aan de slag kan. Hij is meer dan welkom. Henk stopt met zijn opleiding. Er volgt een moeilijk gesprek met zijn vader: dat was klote, al die dure boeken voor niets gekocht. Maar bij Albert Heijn zien ze wel wat in Henk. Hij kan de opleiding tot afdelingschef gaan volgen. Tegelijk heeft hij een sollicitatie lopen bij de politie in Amsterdam. De grote steden zoeken begin jaren 80 veel nieuw personeel. Een oom van Henk werkt bij de politie en het werk intrigeert hem. En Amsterdam blijft trekken. Henk kent de stad goed, hij bezoekt er zijn oma – die er nog woont – regelmatig.

Henk wordt aangenomen. De ambities bij Albert Heijn worden opgeborgen en de jonge Henk trekt naar de hoofdstad. Eerst volgt hij een theorieopleiding van een jaar. Daarna gaat hij 5 maanden stagelopen. Hij begint zich af te vragen waar hij aan begonnen is. Henk is 21 en loopt midden jaren 80 in een uniform rond op de Zeedijk. Het zijn de hoogtijdagen van de heroïne-epidemie in de rosse buurt van Amsterdam. Henk staat midden in de actie: overdosissen, geweld, moorden, zelfmoorden, berovingen… Het is een heftige periode.

Niet veel later trouwt Henk met zijn vriendin. Ze komt uit Heerenveen en wil voor geen goud naar Amsterdam verhuizen. Hoe lang Henk er zit maakt haar niet uit, maar wonen wil ze er niet. Nooit. Uiteindelijk strijkt het jonggehuwde koppel neer in Amersfoort. Daar kopen ze een huis, en begin jaren 90 krijgen ze een dochter. Kort daarna strandt het huwelijk. Het huis wordt verkocht. Maar tijdens de kerstdagen komen ze weer bij elkaar, ze hervinden hun liefde. Ze verhuizen naar Almere, waar hun tweede dochter wordt geboren.

©Peter van Beek

Henk houdt er een ietwat stomme levensstijl op na. Misschien is het een uitlaatklep, maar het kroegleven trekt hem enorm. Feesten, alcohol, plezier maken. Er volgt opnieuw een scheiding. Henk  doet afstand van het huis, want hij vindt het niet kunnen dat de kinderen vanwege zijn gedrag op een flatje 3 hoog moeten opgroeien. Hij neemt zijn verantwoordelijkheid. Het is een zwarte periode. Voor iedereen.

Vanaf 2000 krijgt Henk het minder naar zijn zin bij de politie. Het wordt steeds meer een bedrijf. De lol gaat eraf. Het werk staat hem tegen en hij denkt: voor mijn 50e moet ik echt wat anders doen. Rond 2012 solliciteert hij bij een aantal taxibedrijven. Een bedrijf in de stad waar hij nu nog woont, wil hem wel spreken. Hij kan meteen beginnen. Dat is even paniek, hij moet alles regelen. Maar het werk is een verademing: hij doet stratenkennis op en ontmoet leuke collega’s. Henk geniet ook van de omgang met klanten. En het is in meer opzichten een nieuwe start: hij wil een nare periode in zijn leven afsluiten. De echtscheiding, het slechte contact met zijn kinderen en een nieuwe relatie die ook stukgelopen is. Hij is er klaar mee en wil helemaal opnieuw beginnen.

Als taxichauffeur verdient Henk niet veel, 1200 euro netto. Toch wil hij de alimentatie van 300 euro blijven betalen. Hij voelt zich daar verantwoordelijk voor. Op een gegeven moment lukt dat niet langer. Loonbeslag volgt. Henk gaat ervan uit dat de zaak hiermee geregeld is. Dat blijkt niet het geval te zijn. Bij het overlijden van zijn moeder komt hij erachter dat er niets is betaald aan zijn ex-vrouw en kinderen. Zijn werkgever heeft het bedrag wel ingehouden, maar nooit uitgekeerd. Daardoor heeft Henk zonder het zelf te weten een enorme schuld opgebouwd. Hij confronteert zijn baas ermee. Henk wordt ontslagen.

Blind duikt Henk een zzp-avontuur in. Dat wordt een glijbaan naar beneden. Henk gaat in zee met een oude compagnon van zijn vorige werkgever. Als zelfstandige neemt hij diensten af bij het bedrijf van die compagnon: de auto, de boekhouding, de naam en de telefooncentrale. Daarvoor moet hij 75 euro per dag betalen, ook in vakanties en op vrije dagen. Henk houdt het 2 jaar vol. Hij werkt alleen maar ’s nachts. Soms verdient het goed, maar meestal brengt het geen ruk op. Als Henk thuiskomt, zit de brievenbus regelmatig vol met post. De brieven verdwijnen ongeopend in een la. Het is niet eens ontkenning, want hij weet het best. Hij weet dat de realiteit op een dag aan de voordeur zal staan. In de hoedanigheid van een deurwaarder.

Henk heeft het altijd gered, dus moet het nu ook wel goedkomen. Maar het komt niet meer goed. Telkens als de bel gaat, wordt hij overvallen door paniek. Henk klampt zich vast aan zijn nachtdiensten. Soms heeft hij een goede nacht en dan betaalt hij weer wat af. Maar de schulden stapelen zich op en Henk zakt steeds dieper weg in een depressie. Hoe moet hij hiermee omgaan? Je zou zeggen: drank. Maar niet voor Henk. De volgende dag moet hij weer rijden. Hij eet slecht en slaapt slecht, stress is een constante factor. Er zit permanent een knoop in Henks buik.

Medio oktober 2015 stopt Henk met zijn taxiritjes. Hij klopt aan bij de Gemeentelijke Kredietbank. Het is een hele stap om daar naartoe te gaan en te zeggen: ik ben Henk, ik ben 53, ik heb het verkloot en dit zijn mijn schulden. Maar hij doet het en krijgt hulp. Hij moet al zijn ongeopende post openmaken en in een map stoppen. En hij krijgt een bewindvoerder. Hoewel hij totaal geen geld meer heeft, voelt het als een opluchting. Het geeft hem rust. Henk kan gewoon de deur weer opendoen. Er valt een last van zijn schouders, al moet hij leven van 50 euro per week. In de supermarkt is hij altijd snel klaar.

©Peter van Beek

Henk gaat vrijwilligerswerk doen. In een Participatiebaan gaat hij aan de slag bij de Maatschappelijk juridische Dienst. Met zijn politieachtergrond kan hij direct beginnen bij buurtbemiddeling. Samen met een collega vrijwilliger past hij de werkwijze van de MJD grondig aan. Dat vindt hij hartstikke leuk. De baan wordt echter niet verlengd. Wel wordt hem een opleiding tot ervaringsdeskundige op mbo 3-niveau aangeboden. Omdat dit als Participatiebaan geldt, krijgt hij naast de volledige opleiding ook nog wat geld. Hij kan weer 2 jaar verder, is het idee. Henk gaat stagelopen bij een mbo waar hij kinderen begeleidt die vaak verzuimen. Het bevalt beide partijen. Maar de school moet bezuinigen, een baan zit er ook dit keer niet in.

Ondertussen begint Henk steeds slechter te lopen. Hij heeft veel pijn, vooral in zijn linkerbeen. De artsen constateren ernstige vernauwingen in beide slagaders naar zijn benen. Fysiotherapie helpt niet. Op de dag van zijn afstuderen als professioneel ervaringsdeskundige, in juli 2019, moet Henk onder het mes. Het herstel gaat langzaam. In januari 2020 overlijdt zijn vader en daarna houdt de coronapandemie Henk thuis. Hij gebruikt medicijnen voor cholesterol en verhoogde bloeddruk.

Schuldhulpverlening heeft Henk uit een dal getrokken, maar het schuurt ook. Vanaf 2015 heeft hij geen regie meer gevoerd over zijn eigen leven. Hij maakt zich zorgen over de verplichtingen die met de schuldhulpverlening gepaard gaan. Henk heeft nu een half jaar om een baan te vinden. Maar als hij straks zonder baan zit, moet hij nemen wat hem aangeboden wordt. En de hulpverlening kan de schaamte en twijfel niet wegnemen. Zijn oud-collega’s van de politie nemen hem een paar keer mee op hun jaarlijkse uitje. Henk kan het niet zelf betalen. De eerste keer is dat leuk, maar de tweede keer doet hij er alles aan om niet mee te hoeven. Henk voelt zich een sukkel.

Schaamte voelt hij ook als hij gebruikmaakt van speciale voorzieningen. Hij heeft een pasje voor mensen die in stille armoede verkeren. Daar krijgt hij bijvoorbeeld korting mee bij een lunch. Maar wie wil er in een volle tent eten bestellen met zo’n pasje? Soms heeft Henk het gevoel overal buiten te staan. Daarnaast leidt het zoeken naar een baan tot twijfel en onzekerheid. Henk is niet meer de jongste. Hij heeft veel ervaring, maar weinig papieren. Het is net alsof het leven dat hij hiervoor leidde niet meer meetelt. Het pensioen is een welkom vooruitzicht, maar Henk moet nog tien jaar. Hij is niet de hele tijd somber, maar merkt wel steeds vaker een gevoel van berusting bij zichzelf op.

Henk vindt het gek dat je in dit land zo zwaar wordt aangepakt als je schulden hebt. Wie iemand berooft krijgt 2 jaar, en voor Henk voelt het alsof hij vanwege zijn schulden 7 jaar gekregen heeft. Terwijl hij alleen maar zijn rekeningen niet heeft betaald. Henk begrijpt het allemaal wel, maar het voelt soms oneerlijk.

Toch kan Henk nog dromen. In 2022 is hij schuldenvrij. Dan begint hij weer met een schone lei. Een ontspannen leven is wat hij wil, en een baan met perspectief. Ook wil hij graag weer leuke dingen kunnen doen. Bijvoorbeeld ergens spontaan iets gaan eten of drinken. Dat zit er nu met 50 euro per week niet echt in.