Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Thomas Widdershoven

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Thomas Widdershoven, designer en eigenaar van grafisch ontwerpbureau Thonik.

Wat hebben de drie kruisen van Amsterdam, de tomaat van de SP en het logo van de VPRO met elkaar gemeen?  Ze zijn allemaal geboren bij Thonik, het ontwerpbureau van Thomas Widdershoven en zijn echtgenote Nikki Gonnissen. En ze zijn uitgegroeid tot symbolen met een vaste waarde in onze samenleving. Hoe kijkt Widdershoven naar de toekomst van die samenleving in het Nederland van 2035? “Dan ben ik 75 jaar en hoop ik te leven in een land waarin de jeugd van nu z’n invloed kan laten gelden. Ik werk veel met jonge mensen, tot een paar jaar geleden ook als directeur van de Design Academy in Eindhoven. Die jonge generatie is ontzettend initiatiefrijk, niet bang om voor het oplossen van issues meerdere alternatieven te ontwikkelen en deze naast elkaar tot wasdom te brengen. Dat gaat ons allemaal heel erg vooruithelpen.”

Laat het alternatief het alternatief zijn.

Volgens Widdershoven is het vermogen om meerdere alternatieve oplossingen te ontwikkelen en te accepteren van grote waarde. “Dat vergt moed”, vertelt hij. “Moed om niet op elk alternatief meteen de sticker te willen plakken van ‘de ultieme oplossing’. Laat het alternatief het alternatief zijn en zet er vooral nog heel veel andere naast. Vanuit de gedachte dat de wereld sowieso beter af is mét datgene wat bedacht wordt dan zonder. Ondanks eventuele rafelrandjes of bedenkingen. Voor designers is dat echt belangrijk: neem niet de verantwoordelijkheid voor de hele wereld op je, als je een alternatief ontwikkelt. Dat was ook echt een thema toen ik op de Design Academy werkte. Studenten namen een vraagstuk bij de kop en wilden een volledige, integrale, onfeilbare oplossing ontwerpen. Dat leidt tot allerlei problemen, het wordt te groot, het beperkt je doordat je moet aansluiten bij bestaande stramienen en systemen, je wordt getrechterd in je denken. Als je denkt in alternatieven en in de waarde van alternatieven, dan geeft dat ontzettend veel vrijheid. En uiteindelijk betere ontwerpen, betere optelsommen van oplossingen.”

Het mooie van de huidige jonge generaties is dat ze via media probleemloos en oneindig ideeën kunnen vermenigvuldigen en verspreiden.

Zorgsysteem
Vanuit die filosofie beantwoordt Widdershoven ook de vraag naar zijn visie op de toekomst van de zorg in Nederland. “Ik hoor vaak dat het huidige zorgsysteem aan vervanging toe is”, vervolgt hij. “We kunnen medisch steeds meer, worden allemaal steeds ouder en krijgen te maken met een vergrijzingsgolf die de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg onder druk zet. Dus lees je over discussies om te komen tot een nieuw systeem. Misschien moeten we helemaal niet streven naar de ultieme vervanging van het huidige construct, maar juist voor deelgebieden alternatieven ontwikkelen die naast elkaar kunnen bestaan. En die ruimte bieden om maatwerkoplossingen te ontwikkelen voor individuele patiëntengroepen, bijvoorbeeld op basis van cocreatie tussen arts en patiënt. Dat leidt natuurlijk tot uitdagingen, met name als het gaat om sturing. Het zal minder moeten draaien om controle hebben en grip krijgen en meer om ruimte laten en mensen met elkaar in verbinding brengen. Meer ook om denken en handelen vanuit scenario’s, waarbij niet alles op voorhand kan worden dichtgeregeld. Schotten omlaag dus, daar waar je nu veel verkokering in de zorg ziet. Dat laatste is overigens meteen ook het bewijs dat denken van-uit één systeem helemaal geen garantie biedt voor integraliteit. Misschien dat een bundeling van los ontwikkelde alternatieven uiteindelijk juist tot veel meer samenhang leidt.”

Als het gaat om de toekomst van zorg en samenleving is Widdershoven optimistisch vanwege de signalen die hij waarneemt vanuit de jeugd. “Dat reikt verder dan hun houding ten aanzien van oplossingsrichtingen en alternatieven”, stelt hij. “Het mooie van de huidige jonge generaties is dat ze via media probleemloos en oneindig ideeën kunnen vermenigvuldigen en verspreiden. In mijn jonge jaren beperkte zich dat bijvoorbeeld tot de opmaak van een poëzietijdschrift met een oplage van vijfhonderd stuks en een productietijd van een week. Technologie en de mate waar-in de jeugd daar vanaf het begin mee is vergroeid, maakt dat zij in bepaalde opzichten nu al ver over ons heen zijn gesprongen. Ze maken een heel andere start, liggen op dat vlak al mijlenver voor op hun docenten. Dat geeft een prachtige dynamiek, vooral ook omdat de jonge generaties van nu veel minder de behoefte hebben om zich af te zetten tegen de vorige. Veel minder in elk geval dan wij destijds. Hun kennis is groter, maar ze staan tegelijkertijd nog wel open voor de wijsheden van hun voorgangers. Ik merk dat ook hier bij het bureau. Er zijn moderne ontwerp-programma’s waar ik niet meer mee kan werken, veel te ingewikkeld voor mij. Maar ik kan nog wel zien en bedenken wat we ermee kunnen bereiken en de koppeling maken met mijn eigen creativiteit. Van daaruit lever ik mijn bijdrage aan het proces, dat vervolgens door jonge mensen met de technologie van nu wordt doorontwikkeld. Een kwestie van met elkaar een open dialoog realiseren. De mogelijkheden zijn vrijwel eindeloos en misschien is het ook wel mijn rol om die een beetje in te kaderen, te begrenzen, zodat we als bureau niet afdrijven van wat we voor de communicatie van onze opdrachtgevers willen betekenen en wat we daarmee willen bereiken. Oneindige technologische mogelijkheden leiden niet automatisch tot het beste design.”

Yoni
Daar waar Widdershoven optimistisch is over de opbrengst van de interactie tussen jonge en oudere generaties, heeft hij ook zorgen, met name over de macht van grote bedrijven en hun invloed op hoe we als maatschappij ontwikkelen. “Er lijkt een neiging te bestaan bij grote organisaties om vanuit hun eigen kracht almaar door te groeien en daarbij weinig oog te hebben voor hun omgeving. Een voorbeeld: wij zijn betrokken bij de marktintroductie van Yoni, een nieuwe variant op de tampon, waarin enkel verantwoor-de grondstoffen en materialen zijn verwerkt. Dat is een concept ontwik-keld door Mariah Mansvelt Beck en Wendelien Hebly. Bij Mariah werd toen ze dertig was een voorstadium van baarmoederhalskanker geconstateerd. Zij kreeg het advies om over te stappen op biologisch katoenen tampons en mandverband en realiseerde zich dat ze eigenlijk helemaal geen idee had van wat er in een reguliere tampon zit. Ze benaderde de industrie met die vraag en het antwoord luidde: dat hoeven wij volgens de wet niet te vertellen en dat doen we dus ook niet. Dat is de ‘corporate’ houding die ik bedoel. Vaak is die voldoende voor bedrijven om vervolgens weer ongestoord hun eigen gang te kunnen gaan. Dit keer niet. Mariah en Wendelien lieten zelf onderzoek doen en kwamen erachter dat in tampons onder andere parfum zit, stoffen om bacteriën te doden, plastics, chemisch bewerkte katoenen en andere zaken waarvan je met recht kunt vragen of je ze inwendig zou moeten gebruiken. Met die bevindingen hebben ze de industrie vervolgens geconfronteerd en er zelfs TED-talks over gehouden. Ook dat leidde niet tot transparantie en toen hebben de dames gezegd: dan gaan we zelf een verantwoorde variant maken. Wij hebben van Thonik meegedacht over de naam en de verpakking, en gezegd: maak er een vrolijk, sympathiek merk van. Yoni betekent ‘vagina’ in het Sanskriet en de vorm van de Y heeft alles in zich om de koppeling te maken met het vrouwelijke lichaam. Samen hebben we dat gegeven vertaald naar design en gewerkt aan een introductie-campagne: Chemicals are not for pussies. Die kreet komt van henzelf, dus je ziet hoe we in cocreatie aan de slag zijn gegaan. Dat past ook echt bij deze tijd, samenwerken vanuit gelijkwaardigheid, ook over grenzen van expertisegebieden heen. En nu ligt Yoni in de schappen van Albert Heijn. Gewoon door twee  Hollandse meiden die zich niet lieten afschepen en die bereid waren onderweg expertises van anderen aan te haken. Voor mij is het een typisch voorbeeld van hoe huidige generaties in het leven staan, hoe ze gebruikmaken van beschikbare kennis en media, hoe ze bereid zijn samen te werken en daarmee opgeteld in staat zijn alternatieven te ontwikkelen. Daar mag de rest van de samenleving vervolgens z’n voordeel mee doen. Niet alleen in de toekomst, maar nu al.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.