Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Marian Kaljouw

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Marian Kaljouw, bestuursvoorzitter Nederlandse Zorgautoriteit.

“Nederland over vijftien jaar is naar ik hoop nog steeds een land waar iedereen leeft met de zekerheid dat wanneer je iets mankeert, je altijd tijdig de beste zorg krijgt die beschikbaar is. In een samenleving die is gebouwd op solidariteit, waarin rijke mensen voor arme mensen betalen en gezonde mensen voor zieke mensen. Ik hoop dus dat er ten aanzien van dit soort fundamentele aspecten in vergelijking met vandaag, heel weinig verandert. En ik realiseer me dat er juist heel veel zal moeten veranderen om dat mogelijk te maken.”

Alleen nog doen wat nodig is en niet meer wat allemaal kan.

Marian Kaljouw is bestuursvoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en in die hoedanigheid waakt ze samen met haar collega’s over de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van onze zorg. Ze is optimistisch over de toekomst van die zorg, mits we als samenleving bereid zijn er onze schou-ders onder te zetten. “Oplossingen van vandaag gaan er niet voor zorgen dat de zorg van de toekomst betaalbaar, bemensbaar en te organiseren blijft”, stelt ze. “De kosten van de zorg stijgen tot zo’n 174 miljard in 2040 volgens het RIVM. De vergrijzing heeft niet alleen gevolgen voor het aantal mensen dat tegen die tijd zorg nodig heeft, maar ook voor het beschikbare arbeidspotentieel om die zorg te verlenen en voor het aantal mantelzorgers dat een bijdrage kan leveren. We gaan dat gewoon getalsmatig niet redden, we kunnen het niet betalen en we kunnen het niet uitvoeren. En dus moeten we ingrijpen, op meerdere niveaus. Bijvoorbeeld door de financiering van de zorg anders te gaan regelen. Nu loont het om zo veel mogelijk zorg te verlenen, want je wordt als arts of zorginstelling betaald per verrichting. Dat willen we vanuit de NZa ombuigen naar een financiering die is gebaseerd op gezondheid, op kwaliteit van leven. De bijdrage die je daaraan levert, moet centraal komen te staan in hoe je wordt beloond en dus in de afwegingen die je maakt. Waarbij in mijn beeld de zorgprofessional veel meer dan nu onderdeel zal moeten zijn van lokale netwerken, in buurten en wijken. Zodat we samen alle relevante aspecten van gezondheid kunnen inzetten en beïnvloeden. Iemand die met hartklachten op de spoedeisende hulp belandt, kan een heel traject achter de rug hebben van bijvoorbeeld stress als gevolg van schulden, slecht slapen, naar de huisarts, pilletje om beter te slapen, nog steeds stress, weer naar de huisarts, onderzoek, thuis nog meer stress en uiteindelijk met gillende sirenes in de ambulance. De kunst wordt om eerder zicht te krijgen op de ware problematiek, in dit geval de schulden, waar je met schuldhulpverlening een oplossing voor kunt bieden. Weg stress! En als je dan toch bezig bent, ga dan ook het gesprek aan over waar die schulden vandaan komen en over hoe het lukt om met een klein budget toch gezond eten op tafel te zetten, ook voor je gezin. Allemaal factoren die onderdeel zijn van het element dat in de zorg van de toekomst een veel grotere rol zal moeten krijgen: preventie. Daar zullen we collectief mee aan de slag moeten, ook wij vanuit de NZa. Bijvoorbeeld door inzet van de data waarover we beschikken. Wij kunnen op postcodeniveau zien wat het gebruik is van geneesmiddelen, hulpmiddelen en andere voorzieningen. Daar kunnen we afwijkingen mee constateren in specifieke regio’s en domeinen. Bijvoorbeeld dat er in een bepaalde wijk of woonplaats relatief veel mensen zijn met verslavingsproblematiek. Die kennis kun je gebruiken om met de betrokken gemeente, met de woningbouwvereniging, de huisartsen, buurtwerkers en alle andere betrokkenen tot een multidisciplinaire aanpak te komen die tot achter de voordeur reikt. Zo kun je vroegtijdig hulp bieden en mensen uit langdurige zorgtrajecten houden.”

Er zijn mogelijkheden om in het veranderende Nederland zorg van topniveau te blijven leveren, maar alleen als we bereid zijn keuzes te maken.

Dilemma’s
Een andere vorm van beloning dus in de zorg, een integrale aanpak, lokaal in netwerken, met preventie als sleutelwoord. Het klinkt niet eens zo heel ingewikkeld, maar waarom is het in de praktijk desondanks lastig realiseerbaar? “Omdat er nog hele fundamentele vraagstukken aan vooraf gaan”, aldus Kaljouw. “Als we de financiering willen inrichten op basis van de bijdrage aan gezondheid en kwaliteit van leven, wat verstaan we dan onder gezondheid en wat is dan kwaliteit van leven? En wie bepaalt dat? Hoe komen we tot overeenstemming om in de zorg alleen nog te doen wat nodig is en niet meer per se te doen wat allemaal kan? Wat kun je mensen met behulp van technologie zelf laten doen, wat mag je verwachten, waar ligt de grens? En heel belangrijk: welke dingen gaan we niet meer doen? Denk aan de inzet van dure medicijnen om het leven van iemand die ernstig ziek is een beetje te rekken. Als dat maar een kwestie van weken is of de bijwerkingen verminderen de kwaliteit van leven aanzienlijk, dan moeten we het gesprek durven aangaan over de vraag of het echt de moeite waard is om die medicijnen toe te dienen. Ontzettend moeilijk, ik weet het, maar dit is wel het type vragen waar we ons over zullen moeten buigen als we naar een nieuw, toekomstbestendig model willen. Dat zijn niet alleen medisch-ethische vraagstukken, maar dilemma’s waarvan de antwoorden bepalend zijn voor onze maatschappij in bredere zin. Die antwoorden zullen we dus ook vanuit de gezamenlijkheid moeten gaan zoeken en dat is in de praktijk een knap lastig proces. Het vraagt om een zekere regie vanuit de overheid om de dialoog op gang te brengen en te houden. Gecombineerd met het managen van verwachtingen richting de samenleving: er zijn mogelijkheden om in het veranderende Nederland zorg van topniveau te blijven leveren, maar alleen als we bereid zijn keuzes te maken. Niet alles kan straks nog, het zal anders worden, op een nieuwe leest geschoeid. Belangrijk om mensen daarvan te doordringen, omdat vele de gezondheidszorg als een recht beschouwen en daarbij veronderstellen dat met het betalen van de zorgpremie de kosten ervan gedekt zijn. En dat is niet zo, bij lange na niet, en richting de toekomst al helemaal niet. Als je nu op straat aan mensen vraagt: wat vindt u het belangrijkst in uw leven? Dan antwoordt de overgrote meerderheid: ‘gezondheid’. Daar hoort in mijn optiek een vervolgvraag bij: en wat heeft u daar dan voor over? Wat doet u voor uw eigen gezondheid en die van anderen? Wat kunt u bijdragen en wat heeft u daarvoor nodig? Op dat niveau moeten we met Nederland het gesprek aan.”

De veerkracht van onze samenleving is groot.

Optimistisch
De weg naar blijvend betaalbare en kwalitatieve zorg in de toekomst leidt volgens Kaljouw dus langs een flink aantal pittige en soms pijnlijke vraagstukken, waar we samen antwoorden op zullen moeten vinden. Geen eenvoudige opgave, maar de topvrouw van de NZa is optimistisch over de uitkomst. “De veerkracht van onze samenleving is groot”, zegt ze. “We zijn een land waarin we gewend zijn om elkaar op te zoeken als het ingewikkeld wordt en we houden er helemaal niet van als dingen van bovenaf worden opgelegd. Dat gaat ons volgens mij helpen om de beweging van de zorg richting buurten en wijken daadwerkelijk te maken. Ik zie dat tijdens werkbezoeken al veelvuldig gebeuren. Bijvoorbeeld in regio’s waar slechts een relatief beperkt zorgaanbod voorhanden is. Daar staan mensen op die zeggen: we gaan het zelf regelen. Dan ontstaan de mooiste initiatieven, eigen vormen van dagbesteding voor demente mensen in het dorp, buurtgenoten die voor elkaar koken, een hulplijn voor klusjes in huis. Heel praktisch allemaal en ook heel goed voor de onderlinge verbinding in zo’n gemeenschap. Gevoed door saamhorigheid en misschien ook wel door een zeker overlevingsmechanisme: als de druk te hoog wordt, komen mensen in beweging. Dat is krachtiger dan welke voorlichtingscampagne dan ook en dus een prima voedingsbodem voor de benodigde gedragsverandering. Het moet uiteindelijk toch uit de mensen zelf komen. Natuurlijk: de overheid zal de omslag moeten faciliteren en wij als NZa zullen het moeten ondersteunen met nieuwe vormen van regulering, nieuwe prikkels om te veranderen. Maar het wordt pas een succes als het ruimte biedt aan mensen om zelf initiatieven te nemen, zelf onderdeel te zijn van de verandering. Dan komen ook de antwoorden op die grote maatschappelijke vraagstukken dichterbij. Stap voor stap bouwen we zo samen een nieuwe zorgrealiteit.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.