Weblogs

Zorgen voor morgen: interview Judith Voogt

RVS interviewde twaalf Nederlanders die een inspirerend, prikkelend of vernieuwend perspectief hebben op de wereld van zorgen en samenleven. Deze groep is divers: zowel kunstenaars, onderzoekers, beleidsmakers, professionals, ondernemers als ervaringsdeskundigen zijn betrokken. Elk van hen heeft bijzondere kennis en ervaring. Maar bovenal hebben zij een beeld bij hoe zorg en samenleving er in de toekomst uit zouden kunnen zien.
Deze keer het interview met Judith Voogt, arts-assistent interne geneeskunde in het Utrechtse Diakonessenhuis en bestuurs- en organisatiewetenschapper.

“De term van de toekomst is wat mij betreft ‘sociale cohesie’. Ik hoop oprecht dat we over pakweg vijftien jaar weer de waarde zijn gaan inzien van het echte contact, los van technologie. De ontmoeting, de menselijke verbinding die nodig is om samen vooruit te komen en welvaart en welzijn te realiseren, voor iedereen. Volgens mij is dat iets wat ieder mens diep vanbinnen wil bereiken: gezamenlijkheid en contact. Nu denken we dat vooral in onze smartphones te vinden, maar ik hoop dat we ons daaraan weten te ontworstelen.”

Het paradoxale is dat we dankzij de digitalisering meer met elkaar in verbinding staan dan ooit tevoren, maar we zijn het echte contact aan het verliezen.

Judith Voogt is arts-assistent interne geneeskunde in het Utrechtse Diakonessenhuis en bestuurs- en organisatiewetenschapper. Ze is een van de jonge initiatiefnemers van de stichting Dokters in Debat, die de positie van artsen in het maatschappelijke debat wil verstevigen. “Het paradoxale is dat we dankzij de digitalisering meer met elkaar in verbinding staan dan ooit tevoren, maar we zijn het echte contact aan het verliezen”, vervolgt ze. “Dat is iets wat mij echt bezighoudt: hoe bereiken we een kentering van het uiteendrijven naar het weer samenkomen? Ik denk dat het antwoord zit in het vinden van een gezamenlijk hoger doel. Klinkt hartstikke zweverig als ik het mezelf zo hoor zeggen, maar ik denk echt dat het waar is. Daar kan werk bijvoorbeeld een belangrijke rol in spelen. Als ik naar mezelf kijk: privé spreek ik vooral mensen uit mijn eigen bubbel en vrijwel nooit iemand uit pakweg Kanaleneiland of Overvecht. Maar mensen uit die buurten ontmoet ik wel in het ziekenhuis. Niet alleen als patiënt, maar ook als collega. Zo’n ziekenhuis is een mini-samenleving waar mensen werken van heel verschillende afkomst, met een diversiteit aan opleidingen en culturen. Met elkaar werken we aan een gezamenlijk hoger doel: de beste zorg realiseren voor iedere patiënt. Dat geeft ieder van ons voldoening en zingeving, maar het verbindt ons ook onderling, het brengt ons in contact, leert ons over verschillen en overeenkomsten, over respect en saamhorigheid. Het duwt ons als het ware uit onze bubbel en dat hebben we als samenleving richting de toekomst op veel grotere schaal nodig.”

Verstopt
Stel dat we inderdaad een beetje uit onze bubbels komen, wat zou dat dan voor de zorg van rond 2035 betekenen? “Volgens mij zijn we dringend toe aan fundamentele veranderingen als het gaat om hoe we de zorg in Nederland organiseren”, stelt Voogt, terwijl ze rechtop gaat zitten. “En ik hoop dat we daar tegen die tijd echt doorheen zijn. Heel vaak komen patiënten nu het ziekenhuis in met een bepaalde klacht en gaan ze weer naar huis met drie diagnoses die niets met die klacht te maken hebben. Omdat we medisch gezien heel veel weten en kunnen, maar heel slecht zijn in het maken van afwegingen over wat we met die kennis en kunde doen. In mijn opleiding heb ik geleerd: je doet eerst de anamnese, dan lichamelijk onderzoek en op basis daarvan kun je voor zo’n tachtig procent de richting van een diagnose bepalen, die je vervolgens via aanvullend onderzoek bijvoorbeeld door bloedafname verder verfijnt. Op basis daarvan kom je tot de definitieve diagnose en een behandelplan. Maar wat gebeurt er in de praktijk? Onder de noemer van efficiency slaan we de eerste stappen over en doen we meteen bloedonderzoek, checken we de urine, maken een hartfilmpje en een longfoto. En pas daarna spreek ik de patiënt. Met als gevolg dat we allerlei nevenbevindingen doen, uitslagen en inzichten krijgen die helemaal niks te maken hebben met de klacht waarvoor de patiënt is binnengekomen. Maar waar we vervolgens wel mee aan de slag gaan. Want wat je weet, kun je niet negeren en dus ga je het behandelen. Zo werkt de praktijk van alledag in een ziekenhuis. Maar moeten we dat nou wel willen? Helpt deze aanpak de zorg niet feitelijk om zeep, omdat met de beste bedoelingen de zorgketen volledig verstopt raakt? Ook nog eens versterkt door de financiering van het systeem: artsen krijgen nu een vergoeding per verrichting en worden dus geprikkeld om vooral veel te behandelen, veel verrichtingen te doen. Daarmee spannen we als maatschappij het paard achter de wagen.”

Inzichten uit de praktijk op de juiste tafels krijgen.

Dat is nogal een knuppel in het hoenderhok. Voogt glimlacht. “Ik weet het, en in alle eerlijkheid: ik ben er als arts ook zelf onderdeel van. Kom ook weleens met mijzelf in conflict hierover. De dokter in mij zegt: ik heb het al zo druk, aan dit soort grote vraagstukken kan ik nu niks doen. En de bestuurskundige in mij weet dat het juist in deze context belangrijk is om af en toe wat afstand te nemen en het landschap te overzien. Anders komen de echte vraagstukken nooit op tafel. Ik heb de oplossing nog niet, maar ik wil wel onderdeel zijn van de dialoog die ons dichter bij een nieuwe werkelijkheid kan brengen. Daarom heb ik er ook voor gekozen om primair medisch professional te zijn en niet beleidsmaker. Vanuit mijn eigen rol en bevlogenheid wil ik proberen het debat over de zorg onderdeel te maken van de werkcontext, zodat dit niet iets is wat zich alleen afspeelt in de vergaderkamers van bestuurders en belangenclubs. Het punt dat ik net maakte over wat we doen met de kennis die we hebben en hoe we dat vertalen naar behandeling, dat punt is al volop onderwerp van gesprek bij de koffieautomaat. Artsen en verpleegkundigen voelen dat het knelt en hebben ook een beeld van hoe dat komt, maar we moeten manieren vinden om die inzichten op de juiste tafels te krijgen, zodat de praktijk een stem krijgt in de zoektocht naar oplossingen. Dat gaat niet alleen helpen om het zorgsysteem te veranderen, maar hopelijk ook om de zorg als werkterrein nieuw elan te geven.”

Paradigma
Nieuw elan, dat volgens Judith Voogt hard nodig is om de zorg in het Nederland van de toekomst op de been te houden, ook als er kritischer zou worden gekeken naar wat we wel behandelen en wat niet. “Nu al blijven veel mensen te lang in het ziekenhuis liggen, omdat er geen plek voor ze is om naar terug te keren. Geen plek in een verpleeghuis, geen plek in de thuisomgeving, puur omdat er niemand is die de benodigde verpleegtaken kan vervullen, professioneel of als mantelzorger. Dat wordt een groeiende uitdaging, alleen al vanwege de vergrijzing. Met alle recente kapitaalinjecties in de zorg zijn de vacatures er inmiddels wel, maar nog niet de mensen om ze te vervullen. Ik hoop dat we erin slagen om in de nabije toekomst het werken in de zorg weer te gaan zien als een professie waar je trots uit kunt halen en voldoening. Niet gereguleerd tot op de minuut, maar met de ruimte om als professional te doen wat goed is. Ondersteund door technologie die helpt om mensen langer thuis te verzorgen en hun zelfstandigheid zo groot mogelijk te houden, ook naarmate ze ouder worden. Je ziet daar al volop ontwikkelingen en toepassingen voor ontstaan, maar het leidt er nog niet toe dat mensen zeggen: ‘wat gaaf, ik ga in de zorg werken!’. Misschien moeten we dat ook maar als onderdeel zien van het nieuwe paradigma dat we in mijn ogen voor de zorg nodig hebben. Dus niet alleen vanuit een ethische discussie komen tot nieuw denken over wat we behandelen en hoe we dat doen, maar ook stimuleren dat werken in de zorg ‘instagramwaardig’ wordt, iets waar je met trots voor uitkomt, wat je wil delen met anderen. Een vak dat je wil leren en een community waar je bij wil horen. Zodat we zorg kunnen blijven verlenen in de mate waarin en op het niveau waarop dat nodig is, ook in een samenleving die vergrijst en die een steeds groter beroep doet op zelfredzaamheid van het individu. Dat brengt me ook weer op het onderwerp waarmee we begonnen: sociale cohesie. Laat de zorg van de toekomst daar vooral ook de mooiste uitingsvorm van zijn. De ultieme vorm van met elkaar in verbinding zijn en iets voor elkaar over hebben. Zorgen voor elkaar.”

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.