Gelukkig worden we oud

Twee oudere dames lopen in winkelstraat

Gezien de levensverwachting aanzienlijk is gestegen en we langer leven dan ooit tevoren, zijn we een levensfase rijker geworden. Gingen we een halve eeuw geleden nog uit van drie levensfasen – die van kind, volwassene en oudere – spreken we tegenwoordig over vier levensfasen en delen we de fase van het ouder worden in tweeën: een derde levensfase van ‘jongere ouderen’ en een vierde levensfase van ‘oudere ouderen’. In dit advies richt de Raad zich op de derde levensfase. De Raad koppelt deze levensfase los van leeftijd in de stelling dat het proces van ouder worden per persoon verschilt.

De Raad begon dit adviestraject met de vraag “Wat draagt bij aan een goed leven bij het ouder worden, maar krijgt nu onvoldoende aandacht?” De antwoorden laten een grote diversiteit zien. Dat wat het leven mooi maakt bij het ouder worden, is voor iedereen anders. Maar er zijn ook gemeenschappelijke elementen.

Welke levensgebieden veranderen het meest in de derde levensfase? Wat zijn de behoeften van ouderen op deze levensgebieden? Draagt bijvoorbeeld de huidige inrichting van de zorg bij aan deze behoeften? Of voldoet de huidige inrichting van de woningmarkt? Sluit het woonaanbod aan op de woonbehoeften van ouderen? Hoe kunnen we de mogelijkheden verruimen voor ouderen om te blijven participeren (betaald/onbetaald)? Kortom, wat vraagt beleidsmatige aandacht als we uitgaan van de behoeften van ouderen?

De Raad wil dan ook kijken welke maatschappelijke arrangementen een goed leven bij het ouder worden ondersteunen en welke juist belemmerend werken. Wat is dan de rol van de overheid?     

Het advies verschijnt naar verwachting begin 2019.

Projectleider

Aletta Winsemius